Surftrips zijn de krenten, maar de Noordzee is onze pap. Wie niet constant van huis is, moet het doen met overwegend kleine en slappe golven. Om ook hier het maximale uit je sessies te halen, rest weinig anders dan te berusten in je lot. Magere condities zijn voor de internationale surfmedia bij uitstek een thema voor de zomer. In de meeste landen geldt de winter als tijd voor grote, uitdagende surf en de zomer traditioneel als periode die geplaagd wordt door slappe prut en vakantiedrukte. Die vuistregel gaat in de Lage Landen in mindere mate op. In de winter zijn de golven wel vaak net even wat krachtiger, maar in alle eerlijkheid kun je stellen dat wij het hele jaar rond te kampen hebben met magere condities. De hamvraag luidt dan ook: hoe om te gaan met slappe meuk?

Tekst: Martijn Boot
Foto’s: Ray Max

In surffilms en magazines, in dit specifieke magazine dan net even wat minder, worden we gebombardeerd met beelden van perfecte, vaak hoge golven. Een willekeurig Amerikaans of Australisch surfmagazine bevat veel foto’s van golven die voor de meesten van ons simpelweg ‘too much’ zijn. Een gezellige middag op Shipsterns Bluff in Tasmanië, de swell van het jaar op Teahupoo of de pro’s tijdens een wedstrijdje in dubbel overhead surf op J-Bay. Wanneer je al die beelden tot je neemt, zou je bijna vergeten hoe ver het af staat van eigen realiteit. Natuurlijk, je gaat ieder jaar trouw naar Frankrijk voor wat serieuze beachbreaks, of misschien wel naar Indo om je grenzen te verleggen. Maar zelfs tijdens die pelgrimstochten is het niet altijd hoog, hol en perfect. Hoe graag we het ook anders zouden zien, het merendeel van de surfsessies schijnt plaats te vinden in heup- tot schouderhoge golven. Dat is overigens een statistisch feitje dat berekend is op basis van wereldwijde gegevens. Het zal niet als een verrassing komen dat wij, surfers van de Lage Landen, dat mondiale gemiddelde drastisch naar beneden halen. Gemiddeld heup- tot schouderhoog? Het is voor ons een utopie. En zelfs op de ‘big days’ hier bij ons zijn de golven in verhouding vaak kracht- en futloos. Gelukkig zijn er af en toe die ‘Franse’ dagen met wat meer lijn, kracht en kleine barrels, maar een gemiddelde sessie surfen we met een kleine (wind)swell die op onze kust resulteert in leuke schuivers met af en toe een steil wandje. Wie niet van plan is te emigreren naar een land met echt goede golven, rest niet anders dan dat gegeven te accepteren en er het beste van te maken. De vraag is echter: hoe?

Instelling
Iedere zelfbewuste surfer van de Lage Landen zal het beamen, de sleutel tot succes en plezier in onze golven is de juiste instelling. Wie naar het strand rijdt in de hoop Hossegor-achtige omstandigheden aan te treffen, komt bedrogen uit. Te hoge verwachtingen leiden tot teleurstellingen en ondermijnen bij voorbaat iedere kans op voldoening. Wie weinig verwacht, kan ook bij ons lekker scoren. Een goed gevoel is tenslotte niet uitsluitend gebaseerd op de golven die je rijdt. Een mooie zonsondergang, goed gezelschap, een eventuele zeehond in de line-up of simpelweg een nat pak, kan het verschil maken. Wie hier voor openstaat kan, ondanks de tegenvallende surf, toch met een goed gevoel naar huis rijden. Dat is niet altijd even makkelijk, zo weet ik uit eigen ervaring, maar toch. De alom geldende vuistregel ‘it’s always bigger than it looks’, snijdt bij ons zelden hout, maar ook hier geldt gelukkig dat het eenmaal in het water vaak beter is dan je vanaf de kant zou denken. Gewoon gaan dus, luidt het devies.

Ga ervoor
Wie mokkend als een puber die zijn zin niet krijgt in het water ligt, gooit zijn eigen glazen in. Frustratie en ergernis zijn misschien wel de slechtste brandstof voor een voldaan gevoel. Beter zet je de knop om en probeer je het maximale uit de omstandigheden en je sessie te halen. Vergeet die tubes, airs en dikke carves, maar focus je op wat wel kan. Korte, slappe golfjes? Een rit tot op het strand of een stiekeme floater voelt al als een overwinning. Succesbeleving, zoals dat zo mooi heet, geeft een goed gevoel. Misschien kom je nauwelijks weg of loop je iedere golf te pompen als een malle. Vergeet echter niet dat jij het verschil kunt maken. Probeer voor de gein eens voor te stellen wat Kelly Slater op zo’n golf zou doen en je realiseert je eens te meer dat jij de zwakste schakel bent. Ga ervoor, het zit allemaal tussen de oren.

Werken
Surfen in kleine en slappe golven is hard werken. In perfecte omstandigheden kan (bijna) iedereen een goede golf scoren. Gewoon een kwestie van geduld en die goede golf komt uiteindelijk een keer op je pad. Wie ook in slappe meuk wil scoren, moet aan de bak. Dat begint al op het strand. Honderd man op een piek waar eens in het half uur een setje van drie doorkomt, draagt niet echt bij aan een voldaan gevoel. Een stuk wandelen en een spot kiezen zonder al te veel volk levert meer op, al zijn het misschien mindere golven, dan je opvreten tussen de rest van de kudde. Stilzitten gaat je ook niet helpen, blijf in beweging. Ga op zoek naar die ene piek die net wat meer hoogte of lijn heeft, peddel naar die zandbank waar zojuist dat kleine lijntje liep. En heb je dan eindelijk je golf gevonden, ga volle bak. Geen half werk of twijfelachtig aanpeddelen, maar vol gas erin alsof het een perfecte golf is. Ik weet het, soms voelt die drempel onneembaar, maar je doet wat je kan. En mocht je, al je inspanningen ten spijt, toch geen echt lekkere ritten gescoord hebben, dan weet je je in elk geval verzekerd van een goede work-out. En dat komt goed van pas als je echt weer eens scoort.

Volume
Het is een open deur, maar de keuze van het juiste board voor de omstandigheden maakt een wereld van verschil. over hoe het ultieme board voor slappe meuk eruit ziet zijn de meningen verdeeld. uiteraard zijn er surfers die simpelweg over de juiste techniek beschikken om ook in echte bagger met een highperformance thruster weg te komen. Voor het gros van de surfers geldt echter dat een beetje extra volume goed van pas komt. De afgelopen jaren is de keuze in boards met veel volume aanzienlijk gegroeid. Met de nog altijd heersende retro-trend is het aanbod van boards met net even wat meer dikte en breedte enorm. Een fish, een Biscuit of een oldschool singlefin, wat je kiest hangt af van je persoonlijke voorkeur, techniek en stijl. Een board voor slappe surf moet je bij voorkeur dragen als een dobber. Tegenwoordig valt er wat dat betreft ook genoeg te kiezen qua constructie. De befaamde Boogie Fish van Bufo is een beproefd concept voor onze golven, maar ook epoxy boards van bijvoorbeeld Surftech of Keahana bieden in de regel meer drijfvermogen dan een traditioneel polyester board. Wie eenmaal zijn ego, en ultra-performance board, opzij zet en realiseert dat surfen in de eerste plaats leuk moet zijn, komt met een beetje zoeken al snel uit bij een (stevig) board dat werkt voor hem of haar.

Lekker voor de long
Het beproefde recept voor kleine en slappe golven is natuurlijk het longboard. Een flinke deur onder je borst en voeten verzekert je in elk geval dat je zelfs in de slapste en kleinste golven komt, en dat alleen al draagt bij aan je fun. Toch zijn onze golven niet bij uitstek geschikt voor een longboard. We hebben vaak te maken met korte golven zonder al teveel lijn terwijl een longboard pas echt tot zijn recht komt in lange lijnen waarin je de tijd en ruimte hebt voor een goede wandeling of noseride. In de praktijk is voor de meeste surfers hun longboard dan ook vooral een middel om veel golven te pakken. Dat neemt niet weg dat een goed longboard eigenlijk essentieel is voor iedere surfer. Je pakt namelijk niet alleen veel golven, waardoor je ook in bijna niets nog nat kunt worden, maar het stelt je ook in staat de golf op een andere manier te benaderen en andere lijnen te rijden. Surfen op een longboard is wat dat betreft een wezenlijke aanvulling op je techniek, zelfs als je eigenlijk stiekem een newschool airmaster bent.

Techniek
En dat brengt ons op de laatste en meest wezenlijke factor om het maximale uit magere omstandigheden te halen, techniek. De zwakste schakel ben en blijf jij zelf. Goede surfers rippen ook in kleine golven. omdat ze actief op zoek zijn naar die ene goede, omdat ze op het juiste board liggen, maar bovenal omdat ze over de juiste techniek beschikken. Hoe slecht de golven ook zijn, in de praktijk hebben de beste surfers de beste ritten en vaker wel dan niet liggen ze gewoon op een highperformance shortboard en niet op een veredelde dobber. Echt goede surfers, ook grote gasten, komen in de meest erbarmelijk omstandigheden weg op een shortboard. Hoe ze dat doen blijft een mysterie, maar er is hoop. Surfen in slappe meuk kun je leren, het is ouderwets een kwestie van veel doen.

Elk nadeel heeft zijn voordeel
Hoeveel vakantiedagen je ook hebt, surfen in slappe meuk is ons lot. Wie zich daar bij neerlegt, kan ook hier lekker surfen. Dat lot biedt gelukkig ook voordelen. Wie op surftrip gaat, zal in praktisch alle gevallen betere surf scoren dan thuis. Een surftrip kan dus bijna niet mislukken. Daarnaast biedt de Noordzee een goede basis om echt goed te leren surfen. De skills die je hier aanleert zijn makkelijker te vertalen naar echt goede golven dan andersom. Niet voor niets komen veel surfers die het goed doen op de ‘dreamtour’ uit plekken als Florida, ook bepaald geen surfwalhalla. Tom Caroll, de man die onder andere de geschiedenisboeken in ging met misschien wel de meest zieke snap ooit onder de lip op Pipeline, trainde in zijn hoogtijdagen zelfs maandenlang op de slechtste spots die hij kon vinden om aan zijn techniek te werken. Kortom, er is hoop. Met het juiste board en dito instelling valt er ook bij ons wat te genieten en bovendien word je ook nog eens heel goed van al die baggergolven. Voor wie dat niet genoeg is, rest een SuP, skimboard, of een enkeltje elders.