Voor het tweede jaar op rij gaf Stichting Surf Project in de golven bij Zandvoort surflessen aan kinderen met een verstandelijke beperking. “Want de golven zijn van iedereen.”

Tekst: Matthijs Meeuwsen Fotografie: Robin Bakker

De een heeft zijn wetsuit per ongeluk achterstevoren aangetrokken. De ander zit al vijf minuten te wurmen met de mouwen of probeert met verbeten gezicht – en hulp van de buurman – zijn voeten in een paar kletsnatte boots te wringen. “Ik voel me net Spiderman”, lacht Thijmen, als hij uiteindelijk als eerste de kleedkamer van Surfschool Zandvoort komt uitgesneld, nog wat onwennig plukkend aan het neopreen. Ook Randy is inmiddels helemaal klaar voor zijn eerste sessie op de surfplank. Met een brede grijns kust hij zijn spierballen.

Waarom zouden kinderen met het syndroom van Down, autisme of een andersoortige ontwikkelingsachterstand eigenlijk niet kunnen leren surfen? Het was deze vraag die vorig jaar aan de basis lag van de eerste editie van het Surf Project.

“Surfen is een stoere sport die normaal gesproken niet toegankelijk is voor deze doelgroep”, legt ontwikkelingspsychologe, surfster en initiatiefneemster Suzanne van den Broek (36) uit. “Je ziet dat de kinderen elke les rechter op gaan lopen. Ze werken aan hun eigenwaarde, oefenen voortdurend hun sociale vaardigheden, voelen zich fysiek fitter, krijgen vaak betere interactie met hun ouders – die met tranen in hun ogen staan toe te kijken vanaf het strand – en hebben simpelweg heel veel plezier. Vijf vliegen in één klap dus.”

Vandaag staat de tweede jaargang op het punt van beginnen. Het Surf Project is een officiële stichting geworden. Dertig getrainde vrijwilligers zorgen voor professionele begeleiding in de golven. Yannick de Jager is wederom ambassadeur. En zestien kinderen – twee keer zo veel als vorig jaar – staan te popelen om met hun plank de branding in te rennen.

En een beetje surfer heeft natuurlijk zijn eigen stijl. Randy stuitert het liefst op zijn knieën door de golven, terwijl hij hardop de liedjes van Bassie en Adriaan zingt. Dailin en Sabien staan al gauw als ware pro’s, zelfs hun vingers in een perfecte shaka. Abel, met duikbrilletje op, schiet als een voetzoeker door het water, terwijl hij zijn armen als twee propellers door de lucht maait. Michiel en Sam delen zelfs op de plank nog high fives uit. En ook Tido komt glunderend het wassende water uit gelopen. “Ik kan surfen”, klinkt het trots. “Ik kan alles.”