Enkele maanden geleden begonnen Joost Bienenmann (26) en Robert Verspui (28) aan een onwaarschijnlijk avontuur. Ze vertrokken in hun zeekajaks om het Indonesische eilandSumatra rond te peddelen, een trip van meer dan 4250 kilometer. Om de expeditie te realiseren richtten ze de stichting Inspired by Nature op, die als doel heeft jonge mensen eenuitzonderlijke sportieve prestatie te laten leveren om daarmee aandachtte vragen voor mens en natuur en de focus te richten op de noodzaakvan het behoud van biodiversiteit. Uiteindelijk moet de trip een fotoboeken documentaire opleveren en er zijn zelfs plannen voor een tv-serie bij de NCRV. Ondertussen zijn de mannen een eind op weg en beleven ze een unieke surftrip.

Tekst en beeld: Joost Bienenmann
Robert Verspui

Na maanden van voorbereiden, sponsors werven, spullen en visa regelen gingen we dan eindelijk opweg. De lokale bevolking verklaarde ons voor gek, maar liep wel massaal uit om ons te zien vertrekken. Zonder echt te beseffen wat ons te wachten stond, begonnen we aan het eerste lange stuk langs de golfloze oostkust. Die eerste twee maanden langs de oostkust vielen ons zwaar. Wind en stroming maakten dat we soms maar weinig opschoten en het viel in de praktijk vies tegen om zelf in ons eten en drinkwater te voorzien. Lokale snacks en vitaminepillen boden uitkomst, maar als je zoveel van je lichaam vraagt, hoop je eigenlijk op een goede maaltijd. Ook het vinden van een slaapplaats bleek lastiger dan we konden vermoeden. Ondoordringbare mangrovebossen en moddervelden waar je tot je knieën in wegzakt, dwongen ons om bij tijd en wijle bivak op te slaan in de bomen. En dan was er nog het ongedierte, zelden waren we op een plek met zoveel muggen en andere nare insecten. Regelmatig moesten we vluchten voor het niet aflatende gegons.
Werkelijk iedere dag betekende een nieuw avontuur. Heftig noodweer met bliksem die ons voor ons leven deed vrezen, apen en krokodillen, gestolen peddels, een handvol pinda’s als avondeten, ziekte, blaren en vermoeidheid, gedoe met de politie en bijzondere ontmoetingen met de lokale bevolking, je wist nooit wat de dag in petto had. Het leven op de plekken die we aandeden is nog behoorlijk ongerept. We logeerden bij mensen die nog niet zo heel lang geleden als koppensnellers door het leven gingen, maar we gaven ook Engelse les aan de kinderen van Senaboi. De unieke indrukken die we iedere dag weer opdeden en de afwisseling van het avontuur hielden ons op de been. Gelukkig konden we onze tentjes af en toe verruilen voor een krakkemikkig hotel en ook de warme maaltijden en vers gevangen vis betekenden een boost voor het moreel. Dat nam niet weg dat we er inmiddels enorm naar uitkeken om de oostkust achter ons te laten en bij het noordelijkste punt van Sumatra eindelijk het eiland te ronden. De aankomst in Banda Atjeh, het noordelijkste punt van de expeditie, was dan ook een mijlpaal die gevierd moest worden. De westkant van Sumatra is totaal anders dan we tot nu toe ervaren hadden, minder modder en moeras, maar wel veel meer wind en rotsen. Voor we aan de nieuwe etappe konden beginnen moest er echter nog het nodige papierwerk geregeld worden. Met wat tijd omhanden besloten we onszelf te trakteren op een paar dagen Pulua Weh, een schitterend, maar zeer toeristisch eiland voor de kust. Een schril contrast met de ontberingen van de afgelopen maanden, maar stiekem wel erg lekker om bij te komen. De westkust beloofde weer een compleet nieuw avontuur te worden, maar met als dikke bonus surf van wereldklasse. Toen dan eindelijk het moment daar was om de punt bij Banda Atjeh te ronden, werden we geconfronteerd met uitzonderlijk harde wind en stroming. Ondanks verwoede pogingen slaagden we er maar niet in om enige progressie te boeken. Juist toen we de moed begonnen te verliezen zagen we een zeilboot met de veelbelovende naam ‘Surfmachine’. Keith Sterling, een zestigjarige Australiër op zoek naar goede golven, lag al dagen te wachten om de punt te ronden. Keith bleek een toffe kerel en bood aan ons een lift te geven naar een plek die wat peddelvriendelijker was. Onze trip langs het surfmekka van de wereld kon nu echt beginnen. We hoopten natuurlijk ultieme surf te scoren, maar de wind gooide de eerste twee weken roet in het eten. Dat nam niet weg dat het schitterende blauwe water en de met overweldigende jungle beklede bergen als achtergrond ons hernieuwde energie gaven. De eerste echt goede surf scoorden we uiteindelijk op de Banyak-eilanden. Doordat we er zo lang op hadden moeten wachten, besloten we er eens goed van te genieten. Na een lange en soms spannende overtocht belandden we op Treasure Island, een naam die het eiland meer dan waar maakte. Nergens een dorp te bekennen, w ilde natuur, junglegeluiden, dolfijnen, schildpadden en soms kon je het koraal op meer dan veertig meter diep zien liggen. Met genoeg voedsel voor een paar dagen en een klein helder riviertje in de buurt voor drinkwater, sloegen we ons kamp op met in de verte een schitterende rechtse golf. Met het kamp op orde was het tijd voor een goede sessie. We peddelden met onze kajaks naar de break, doken naar de bodem om ze vast te leggen en pakten de boards. Dit was het moment waar we al die tijd naar hadden uitgekeken. Helaas bleken we niet de enige surfers. Een charterboot vol surfers betekende toch wat volk in de line-up, maar ook weer eens wat mensen om mee te praten. Het rif was bij de laatste aardbeving een flink stuk omhoog gekomen, wat resulteerde in een headhigh golf die hol afliep, eindelijk de classic Indo-omstandigheden waar je van droomt. De enige zorg die we hadden was gewond raken door het rif. Wanneer je dagen op zee zit willen die reefcuts niet echt lekker helen. Gelukkig is het tot nu toe redelijk gelukt om het rif te ontwijken, maar dat je een keer de klos bent, is natuurlijk zeker.
Weer terug in ons kamp zagen we een spoor in het zand van wat wel eens een zoutwaterkrokodil kon zijn. Na een korte snorkelsessie om wat schelpdieren voor het avondeten te vangen, gingen we toch eens kijken waar dat spoor vandaan kwam. Gewapend met onze hoofdlampen gingen we op onderzoek. De jungle in het donker is een ervaring op zich, het gonst van het leven. Juist toen we het voor gezien hielden lichtte een reflecterend oog op, een indicatie dat we hier toch met een krokodil te maken hadden. En dat op nog geen dertig meter van onze tent. Al snel zagen we dat het een babykrokodil was, maar het idee dat pa of ma in de buurt was, voelde toch niet helemaal lekker. Na een paar foto’s geschoten te hebben werd het dan ook tijd om ons kamp te barricaderen. Met dikke stokken die we rondom onze tent in de grond sloegen probeerden we een soort van kooi te maken. Echt helpen zou het niet als een zes meter lange k rokodil besloot je tent te bezoeken, maar desondanks sliepen we goed. Na een paar dagen surfen, vissen, fotograferen en de omgeving verkennen was het weer tijd om te moven. Na een overtocht van bijna zes uur bereikten we The Bay of Plenty, weer zo’n naam die de lading dekt. Een baai met drie breaks van wereldklasse, twee linkse en een rechtse voor de afwisseling, en een zoetwaterbron op het land. Na al dat geploeter was onze ultieme surfdroom nu dan toch echt in volle gang. Hoe ver je ook van de bewoonde wereld vandaan lijkt, surfers kom je echt overal tegen waar goede golven zijn. Ook hier k regen we onverwacht bezoek. Een boot met vijftien Australische en Nieuw-Zeelandse surfers gooide op een dag het anker uit. Hoewel het daarmee ineens best druk was in het water, was het ook wel weer mooi om andere surfers te ontmoeten. Terwijl die mannen duizenden dollars hadden neergeteld voor hun ultieme surfdroom vonden ze het maar wat grappig om twee Nederlandse surfers tegen te komen die zich met kajaks verplaatsten en in tentjes sliepen.

Met een slinkende hoeveelheid voedsel was het tijd om weer te verkassen. De oversteek naar Nias wachtte op ons. Na een helse tocht in storm en regen wisten we met een tussenstop – op alweer een onbewoond eiland – Nias te bereiken. De gevolgen van de tsunami zijn op Nias goed te zien. Met de laatste aardbeving werd het eiland twee meter omhooggetild en overal is koraal boven het water uitgekomen. Het ziet er prachtig uit, maar om met een kajak ergens te landen is erg lastig. De grote golven maakten het ook niet makkelijk om verder te peddelen. Onze lichamen waren bovendien nog niet goed hersteld, we voelden ons zwak en futloos. Gelukkig werden we uiteindelijk getrakteerd op goede golven. Op Afulu scoorden we prachtige golven, eerst samen met een leuk Australisch stel, maar toen zij vertrokken hadden we het rijk voor ons alleen. De break van Nias is echter Lagundri, echt een super golf. Helaas denkt de hele wereld er zo over. De golven waren natuurlijk goed, maar met de drukte en de slechte vibes hadden we het snel gehad. We moesten bovendien naar Padang op Sumatra om wat visa-toestanden te regelen. Voor de overtocht vanaf Nias besloten we een ferry te nemen. Lekker relaxed zou je denken, maar het was nog een hele hassle om al onze zooi aan boord te krijgen. In Padang hadden we via CouchSurfing reeds contact gelegd met Ardi, die ons Padang liet zien. Binnen CouchSurfing worden er mensen aangewezen die ambassadeur worden van een gebied en laat Ardi dat nou van de Mentawaieilanden zijn, de ultieme surfbestemming. Met Adri als gids beloofde het wederom een mooi avontuur te worden. De Mentawai-eilanden, een surfbestemming waar we al jaren van droomden. De bekende spots die je in praktisch elke surffilm langs ziet komen, zijn het paradijs voor iedere rechtgeaarde surfer. Om hier nu eindelijk het water in te duiken was een lang gekoesterde droom die uitkwam. Keerzijde van dit paradijs vormen echter de crowds. Het is werkelijk niet normaal hoe druk het op zo’n afgelegen plek kan worden. Charterboten vol met surfers struinen de eilanden af op zoek naar goede golven en inmiddels zijn er ook de nodige resorts op het land. Al die surfers die de hoofdprijs betalen om de perfecte golf te scoren komt de sfeer niet echt ten goede, maar over het algemeen was het goed te doen. Natuurlijk waren er de hordes Brazilianen die af en toe moeilijk deden, maar je kon praktisch overal wel je golven pakken. Na zoveel mooie spots gesurft te hebben zonder ook maar een mens is de buurt, was het even wennen, al die mensen, maar al snel stonden we bekend als die Nederlands mafkezen die per kajak rond Sumatra aan het peddelen waren. Een reputatie die ons geen windeieren legde overigens. Iedereen wilde ons even spreken of met ons op de foto en soms kwamen ze zelfs langs met fruit en water. Slagroom op de taart: de paar nachten op het Wavepark Resort die we gratis kregen aangeboden om wat filmshots te maken. Normaal kost zo’n nachtje 250 dollar per persoon!

Het is eigenlijk onbegonnen werk om te beschrijven wat we allemaal hebben meegemaakt en nu nog meemaken. De dingen die we hebben gezien, de mensen die we ontmoetten, de golven die we hebben gesurft. Het is soms teveel om te bevatten. Na al die tijd dromen, plannen en zwoegen om het voor elkaar te krijgen, beleven we onze expeditie als een roes. Soms kijken we elkaar aan met een blik van: dit is toch niet normaal? Dan zitten we op een strandje van een klein eiland met geen mens in de buurt, omringd door prachtige natuur met uitzicht op perfecte golven. Het zal nog wel maanden duren voor we alle indrukken hebben kunnen verwerken. Met nog een flink eind voor de boeg weten we in elk geval dat we deze trip nooit meer zullen vergeten. Morgen weer een dag, wie weet wat die ons gaat brengen. Surf ‘s up waarschijnlijk.