Afgelopen zomer ging ik op een niet-surfvakantie, de eerste vakantie zonder surf sinds ik surf, en dat is al vijftien jaar. Het was met mijn vriendin en de bestemming was Slovenië. Alleen Oost-Polen heeft nog minder surfpotentie, maar we wilden het ook een beetje leuk hebben.

Tekst: Thomas van Dijk
Illustratie: geesvoorhees.com

Halverwege dacht ik stiekem het roer om te gooien en op mijn vertrouwde gemak naar Frankrijk te rijden, maar mijn vriendin was, misschien uit achterdocht voor mijn surfneigingen, bijzonder alert kaart aan het lezen. We bereikten München na acht uur rijden en op driekwart van de reis bood dat een goede adempauze. Terwijl we incheckten op de camping werd ik tot onze schrik geconfronteerd met een surfplaatje op de campinginformatiemap. Ik was net zo verbijsterd als mijn vriendin. “Hoe was dit mogelijk? Hier?” Nu het zo dichtbij was, werd mijn nieuwsgierigheid te groot. De volgende dag reden we dan ook direct naar de locatie in kwestie, midden in de stad.

De rivier de Eisbach meandert dwars door het hart van München, en men surft hier sinds 1972, ongeveer. De verhalen over wanneer precies en wie ’t eerste was, lopen uiteen. Omdat de Amerikaanse ambassade vlak bij deze ‘golf’ ligt meent men dat een Amerikaanse ambassadeur kans zag zijn surfimago in Duitsland voort te zetten. Andere verhalen roemen twee broers uit Beieren. Ondanks de dubieuze oorsprong is er een heuse surfgemeenschap op deze plek ontstaan. Een surfgemeenschap die niet gedreven wordt door onrealistische godenverzoeken van een lokale surfweergod (de Neptunes van de rivier) omdat de golf niet verandert. Nadat een paar mensen waren verdronken in de rivier wilden de autoriteiten het verbieden. De ware riviersurfers stonden massaal op, organiseerden online petities en websites om de golf te redden. En met succes. Sinds 2010 mag je er officieel surfen, maar wel alleen als je een expert bent, zoals een bord voorschrijft.

Het was vijftien graden en ik liep met alleen een boardshort door de Engelse tuin (Englischer Garten) in München. Mijn vriendin was mee en ik liep zo stoer als ik kon naar de rand van de rivier. “Also du, kann Ich borrow dein board I’ve been surfing for fourteen jaren so Ich bin gut, I soll vorzichtig sein?”, vroeg ik in mijn beste Engels-Duitse surfslang aan een jongen met een enigszins gaar afgetaped board. Pardoes kreeg ik te horen: “No, I have a special relationship with my board”. Natuurlijk, surfers hebben speciale relaties met hun plank, ook als ’t een gaar board is. Maar na nog drie Duitsers gevraagd te hebben werd het mij duidelijk dat ook riviersurfers er een flinke attitude op nahouden. Vermoedelijk vonden ze de uitstraling van de surfcultuur goed bij zichzelf passen en wilden ze hun stoere imago, iets wat ze jaren lang structureel in de rivier hebben op staan bouwen, niet verpesten door met mij te gaan praten, zo’n loser in zijn shorts die het wel eens wilde proberen. Na tevergeefs wat rondgevraagd te hebben werd ik door toch wat sympathieke surfers doorgestuurd naar iemand met een board dat meer uit ducktape bestond dan uit polyester en die het me wel uit wilde lenen. Top. Mijn vriendin zat aan de kant en ik zou hier even indruk maken.

Er stonden zo’n honderd mensen te kijken naar de dertig surfers die om beurten de golf opstapten. Elke beweging werd gevolgd. De surfcommunity pronkt om merkwaardige redenen op haar website met Tom Cruise, die ook ooit in het publiek stond, dus ik was bedacht op kritische toeschouwers. Ik was me daarom ook bewust van mijn afwijkende verschijning in het stoere riviersurferslandschap. Alleen een short sierde mij en een heel gaar board,temidden van jongens in wetsuits met glimmende boards vol sponsorstickers. Het was een matige dag. Dat hangt dan weer af van de regenval en de temperatuur in de bergen, die ervoor zorgt dat het water smelt en naar beneden stroomt. Het water was zo’n acht graden maar gelukkig scheen de zon. Daar mocht ik, mijn beurt. Ik legde ’t board neer, op mijn backside, hield vast aan de kant en schoof in één vloeiende, soepele beweging naar ’t midden van de golf, waar ik stand hield. Met verbazing sloeg ik ’t water dat onder me door raasde gade. Ik probeerde een bocht in te zetten en meteen een fins-out snapper te maken, maar mijn neus hapte direct al water toen ik de bocht inzette. Ik werd meegetrokken en moest krachtig naar de kant zwemmen om niet te lang terug te lopen. Met pech is dat wel vijf minuten en als je blijft liggen kom je misschien wel in Oost-Polen terecht. Terug op de plek moestik ondanks mijn bibberende lichaam netjes achter in de rij aansluiten. De volgende pogingen werd ik overmoedig: ik probeerde met een grabbed-air in te springen, wilde meteen een roundhouse inzetten of een cutback, maar tevergeefs. Uiteindelijk wist ik er een klein bochtje uit slepen en waarschijnlijk vooral uit medelijden kreeg ik een kleine joel van het publiek te horen.

Riviersurfen is op bijna alle fronten anders, je moet vooral achterop je board leunen, niet naar ’t water kijken en je kan geen diepe bodembochten inzetten. Het enige wat het gemeen heeft met surfen is het board en dat je erop staat. Dat bleek al genoeg voor de riviersurfers om de uitstraling van de surflifestyle tot in de puntjes over te nemen. Zonder het strandleven, zonder vrouwen in bikini’s, zonder een riviergod die elke dag raadselachtige golfvoorspellingen en -beweringen kan doen, zonder het altijd zoeken naar een goede spot. En dan wel met hippe wetsuits, caps, capuchontruien, Reef-schoenen, grote zonnebrillen, kortom, totaal vooropgezette nonchalance. Net alsof, net alsof. Iedereen trapt erin, de strand-lifestyle slaat over, de mensen in de stad vinden het wel makkelijk zo dichtbij. Het is hier kijken en bekeken worden bij uitstek. Er zijn dan ook vaak goed gesponsorde locals in de rivier te vinden die behoorlijk rippen en hier hun bestaan omheen hebben gebouwd en die het tof maken om er naar te kijken. Maar voor mij ging de reis weer verder. Zonder echt indruk gemaakt te hebben op mijn vriendin (of Tom Cruise) ging ik de volgende dag onverwachts toch met een heel klein surfgevoel verder op mijn niet-surfvakantie richting Slovenië. Shaka.