Zes jaar geleden vloog Roy van Eijk naar Bali. Hij was zo groen als gras. Het was een trip vol eerste keren: voor het eerst vliegen, voor het eerst buiten Europa, voor het eerst surfen op rif. De trip was geen onverdeeld succes. De hectiek, de taalbarrière, corrupte agenten, het onbekende eten, ondanks de mooie golven was de ervaring op momenten simpelweg teveel. Bij thuiskomst bleek hij ook nog een voedselvergiftiging te heben, drie weken plat en tien kilo kwijt. Zijn besluit stond vast: nooit meer naar Bali. Een ferme statement van een jongen van zestien die uiteraard onhoudbaar bleek. Dit jaar ging hij weer, vijf maanden met zijn meiske Sophia.

Tekst: Roy van Eijk
Beeld: Sophia Gaugerica Steevensz, David Deckers

Bij aankomst op Denpasar pakten we direct een taxi richting ons verblijf. Het was druk op de weg en onze chauffeur scheurde dat het een aard had. De hectische trip resulteerde direct in een aanrijding en een vette deuk in de wagen. De chauffeur leek zich overigens niet al te druk te maken. Hij gaf zijn telefoonnummer en scheurde er weer even hard vandoor. Een lekker begin van de trip. We besloten de rest van de trip ons lot in eigen hand te nemen. Ik had wel eens eerder op een motor gereden, maar een motorrijbewijs heb ik niet. Dat bleek geen enkel probleem voor de verhuurder. Zolang hij zijn centen maar kreeg. Na de gebruikelijke onderhandelingen stortten we ons per motor in het chaotische verkeer. Die eerste ritjes waren behoorlijk wennen en het ongemakkelijke gevoel van zes jaar terug stak weer de kop op. Na een helse rit door Kuta hadden we eerlijk gezegd alweer zin om naar huis te vliegen.

 

Na een goede nacht slapen reden we naar het strand van Cangu. De aanblik van super mooie golven deed het ongemakkelijke gevoel van de dag ervoor bij toverslag verdwijnen. Hier waren we voor gekomen. Die eerste sessie zette de toon voor de maanden die zouden volgen. Elke dag goede golven in lekker warm water, dit was waar je van droomt. We hebben de afgelopen vijf maanden kleine en gemiddelde, maar ook hoge golven gehad. De eerste twee maanden hebben we perfecte condities gehad aan de westkust (Uluwatu, Bingin, Cangu, Chocolate -een secret spot). De meeste golven aan de westkust breken naar links dus ik heb lekker aan mijn backside kunnen werken. Een week na aankomst kon ik serieus aan de bak. Indo werd geraakt door een cycloon swell van 15-17 voet.

Op Uluwatu braken golven van misschien wel tien meter hoog en Padang-Padang ging ook helemaal los. Volgens de locals was het een van dikste swells in jaren. Ik heb uiteindelijk op Sri Lanka, een spot aan de oostkant van de Bukit, gesurft. Hoewel het lang geen tien meter hoog was, was de surf nog altijd goed aan de maat en wist ik twee onvergetelijke barrels te scoren. Eind december kwam het regenseizoen eraan. Nu de wind begon te draaien werkte de westkust een stuk minder. Aan de oostkant daarentegen ging het helemaal los. Op spots als Keramas, Nico’s en Sri Lanka, waar de golven naar rechts breken, kon ik lekker aan mijn frontside werken.

 

Halverwege onze trip hebben we nog een tripje naar Lombok gemaakt. Ondanks de schoonheid van het eiland en goede golven voelden we ons hier toch minder thuis. Dat had vooral te maken met de locals. Tijdens een sessie op Inside Grupuk leerde ik een voor mij nieuw fenomeen kennen: locals die betaald worden om andere surfers golven te laten pakken. De line-up lag vol met Japanners, wat normaal gesproken toch hele relaxte gasten zijn om mee te surfen. Die Japanners bleken echter de locals te betalen om jou te blokken zodat zij alles konden pakken. Behoorlijk bizar, maar daardoor heb ik haast geen golf kunnen rijden. Gelukkig bleek het op Outside Grupuk ook goed te lopen maar dan zonder moeilijke locals die je geen golf gunnen. Het werd een goede sessie, maar een mislukte air gooide roet in het eten. Een pijnlijk onderbeen hield me uiteindelijk vier dagen uit het water. Ik was wel weer klaar met Lombok. Weer terug op Bali in ons relaxte familie hostel in Jimbaran stond ons nog een onaangename verrassing te wachten. We begonnen geld te missen. Eerst dachten we nog dat we ons gewoon verrekende, maar op een gegeven moment klopte het echt niet meer. Tijd om het aanwezige personeel eens te testen. Net voor de lunch liet ik 500.000 rupia in mijn portemonnee in de kast achter. Toen ik een half uur later terug kwam bleek dat nog maar 400.000 te zijn. Wat bleek, de schoonmakers namen hun werk wel erg serieus. Na een goed gesprek met de huisbaas kregen we het geld gelukkig weer terug, maar het was wel een goed moment om te verkassen.

 

Vijf maanden was een goede tijd om Bali te ontdekken. Het is mooi als je zo’n lange periode ergens verblijft. Je leert de lokale mensen een beetje kennen en ondanks de taalbarrière bouw je toch een soort band op. met handen en voeten kom je nog een heel eind. Ik ben blij dat ik Bali nu op een heel andere manier heb ervaren. Ik heb mijn beeld van het eiland compleet om moeten gooien en bovendien keihard kunnen trainen. Elke dag surfen in tropisch water en uiteenlopende omstandigheden heeft mijn surfniveau een flinke duw voorruit gegeven. Ik kan niet wachten om aankomend jaar te knallen in de wedstrijden. De terugkeer naar Bali was een succes. Het is op sommige plekken behoorlijk druk en de locals zijn niet overal even vriendelijk, maar met zoveel spots om uit te kiezen en een constante aanvoer van goede swell, vind je altijd wel een plek om een paar mooie golven te scoren. Straks weer in het koude Hollandse water en hopelijk snel weer wat dikke surf in Frankrijk. Deze vijf maanden zal ik in ieder geval niet snel vergeten. Van dikke barrels tot mooie ritjes op de motor tijdens schitterende zonsondergangen, het was een mooie tijd.