De kans dat Nederland de komende jaren een wereldkampioen surfen voortbrengt, is op zijn minst klein te noemen. Toch waren we er ooit heel dichtbij. Wat weinigen weten is dat in 1964 Dorothy de Rooy, een zestienjarig meisje van Nederlandse afkomst, in de finale stond van de World Surfing Championship, de voorloper van de huidige ASP World Tour. Onlangs was Dorothy in Nederland.

Tekst: Jaap Proost
Foto: Dorothy de Rooy

Dorothy werd geboren in Breda. Op haar tweede besloten haar ouders hun geluk in Australië te zoeken. Brabantse klei maakte plaatst voor het strandzand van New South Wales. Al snel raakte ze in de ban van het surfen. “Op mijn twaalfde leende ik zo’n oude, holle plank en ik was gelijk om”, vertelt de nu 62-jarige Dorothy Vidgen, die nu de achternaam van haar man draagt. “Vanaf dat moment leefde ik op het strand. Samen met mijn hartsvriendin was ik alleen maar aan het surfen. In vakanties zeurde ik net zo lang totdat mijn moeder me naar bekende surfspots reed, soms wel honderden kilometers ver weg. Mijn moeder ging dan in een hotel zitten en wij lagen alleen maar in het water.”

Ze bleek talent te hebben en al snel ging Dorothy meedoen aan wedstrijden. “Ik won eerst een lokale wedstrijd. Daarna volgden de grotere contests. Uiteindelijk ben ik drie jaar de beste van New South Wales geweest en eindigde ik als derde bij de Australische kampioenschappen. Bij winst won ik soms een wetsuit of een vlucht naar Queensland om daar te surfen.” Het hoogtepunt in haar (korte) surfcarrière was echter de fi nale van de Womens World Championship in 1964. Het was het eerste wereldkampioenschap in zijn soort en werd gehouden op Manly Beach, Sydney. Bij de vrouwen ging het uiteindelijk tussen Phyllis O’Donnell en Dorothy, waarbij de eerste met de titel aan de haal ging. Die heat in Manly kan Dorothy zich nog goed herinneren. “De omstandigheden waren erg beroerd. Het woei hard en de golven waren slecht. Maar er waren deelnemers uit heel de wereld, dus het moest doorgaan.” De slechte golven maakten een eerlijke wedstrijd onmogelijk. “Phyllis O’Donnell was een goede surfster en ik gun haar de titel, maar ze heeft in die wedstrijd geluk gehad met een goede golf.”

Dorothy surfte voor de titel op een 8’6’’ longboard van de shaper Denny Keyo. “Een vriendje was een shaper voor Keyo, dus ik kon via hem aan goed materiaal komen. Het waren fi jne boards met mooie stringers.” In de vroege jaren zestig lagen er overigens nog maar weinig vrouwen in de line-up. “De meeste meisjes lagen liever op het strand. Surfen is hard werken. De boards toen hadden geen leash en bij elke wipe-out moest je terug zwemmen naar het strand. Het zorgde er wel voor dat je genoeg conditie opdeed voor het peddelen”, lacht ze. “De jongens waren soms agressief. Ze dropten op je in of duwden me van mijn board. Wij vrouwen waren toen echt een beetje pioniers in het water. Nu is dat gelukkig heel anders. Je hebt merken en magazines speciaal voor vrouwelijke surfers. Dat vind ik mooi.” Uiteindelijk duurde haar surfcarrière niet lang. Op haar achttiende is Dorothy gestopt na een ongeluk bij de spot Dee Why. “Het was winter en de golven waren ongeveer twee meter hoog. Het werd laag water en het rif zoog droog. Ik nam teveel risico en de golf zoog me op en smeet me op het droge rif. Toen ik weer boven water kwam, kon ik mijn schouder niet meer bewegen. Hij lag uit de kom.” Gelukkig zag een jongen dat ze problemen had en hielp haar uit het water. “Ik was bijna verdronken, dat gaf wel een knauw aan mijn zelfvertrouwen.” Na verloop van tijd gaat ze het water weer in, maar haar schouder blijft uit de kom schieten. “Toen ben ik er maar mee gestopt. Van die schouder heb ik nu soms trouwens nog steeds last.” Toch blijft surfen een rol spelen in haar leven. Ze is bevriend met surfl egende Midget Farrelly en haar surfende hartsvriendin is getrouwd met een andere legende, Nat Young. “Ik ken hun zoon Beau Young ook goed. Leuk dat hij longboardt. Ik heb jaren later nog op een shortboard gestaan, maar vond dat niks.”

Naast een kast vol glimmende surfprijzen heeft Dorothy vooral nog veel immateriële herinneringen uit die tijd. “Ik kan me nog een surfsessie herinneren, bijna een halve eeuw geleden”, vertelt ze terwijl haar gezicht begint te stralen. “Het was in het toen nog rustige Byron Bay. Perfecte lijnen rolden binnen en de tubes waren fantastisch. Dolfijnen zwommen door de golven en de zon scheen. Dat was een mooie dag.”  Dat er inmiddels ook een fanatieke Hollandse surfscene bestaat, wist ze niet. “Ik heb weinig contact meer met Nederland en ik had niet verwacht dat er surfers waren in de Noordzee. Vooral in de winter lijkt het me erg koud. Maar ik begrijp die toewijding wel, want als je eenmaal surft heb je er veel voor over.”