Tien jaar werk ik nu op verschillende projecten over de hele wereld als hydrograaf. In mijn vroege jeugd is de passie en affiniteit met water ontstaan en dit resulteert in werken met water, maar ook in surfen. Als surfer had ik altijd het romantische idee van een project ergens op een tropische locatie, waar je voor of na werktijd nog even de zee in duikt. Tot nog toe was daar echter nog weinig van terecht gekomen. 

Tekst & Beeld: Michiel Wisse (met dank aan Dmitri van Hoof)

Alhoewel er projecten op Bali, Imbituba (Brazilië) en de Malediven waren, had ik nooit de mazzel daar heen te mogen. Vijf jaar geleden dacht ik eindelijk dat het zover was toen ik naar Australië kon voor een project. Dat kon niet misgaan dacht ik, maar helaas werd de locatie Darwin, met de dichtstbijzijnde golf op vier uur vliegen. Twee jaar geleden kreeg ik echter een belletje van kantoor of ik naar Nigeria wilde. “Nigeria, dat is toch dat land van Boko Haram, ontvoeringen en bomaanslagen?” “Jawel, maar we zijn met een project bezig in Lagos en daar is alles veilig.” “Hmmm, ok.” Enige research op het internet leerde me dat de situatie in Lagos inderdaad te doen is. Bovendien zag ik dat Lagos aan de Atlantische kust ligt, interessant. Een Google search voor ‘Surfing Nigeria’ leverde bovendien direct een YouTube filmpje van Surfer Magazine op over de ‘Nigerian Wedge’. Wow, dat zag er veelbelovend uit. Nigeria here we come!

Na een reis van zeven uur in een vliegtuig vol met Nigerianen, blijkbaar is dit geen populaire vakantiebestemming van Corendon of Kras, kom ik aan op Lagos Airport. Een complete chaos gecombineerd met hitte en stank wacht me op in de aankomsthal. Ik heb heel wat luchthavens gezien, maar qua chaos en hectiek staat deze met stip op één. Overal volk dat wat van je wil en aan je loopt te trekken. En ik word nog snel even gecheckt op koorts vanwege het Ebola-virus, dat kan er ook nog wel bij. Welkom in Afrika.

Gelukkig staat er een mannetje van het bedrijf te wachten die mij langs allerlei loketten neemt voor de benodigde stempels. Voor dit eerste bezoek heb ik toch maar besloten mijn surfboard thuis te laten. Ik kom tenslotte om te werken, eerst maar eens kijken hoe het allemaal op dit project werkt, en of er überhaupt tijd is om te surfen. Eenmaal in het appartement, na een indrukwekkend taxirit-

je, ontmoet ik mijn collega’s. Eén van hun blijkt te surfen en heeft wel zijn board mee. Hij weet me te vertellen dat er een perfecte rechtse barrel is die tot leven komt met een dikke swell vanuit de Roa- ring Forties. Dat is wel in een ander seizoen, maar aankomend weekend zou het evengoed wat kun- nen zijn weet hij me te vertellen. Als ik wil gaat hij een boot regelen. “Een boot?” “Yep, een boot, met de auto kan je er niet komen.” Het avontuur kan beginnen.

Lagos is een stad die opgebouwd is uit verschil- lende eilanden die verbonden zijn met bruggen. Het probleem is dat de stad uit zijn voegen groeit. Men zegt dat er elke dag 2.000 nieuwe inwoners bijkomen en dat is goed te zien aan de duizenden mensen die hier rondhuppelen en proberen rond te komen. Overal rijden gele VW busjes die haast uit elkaar vallen van ellende. Gelukkig voor de vele lokalen die gebruik maken van deze ‘taxi’s’ kennen ze hier geen APK-keuring. Het gebeurt nogal eens dat die busjes precies stilvallen op zo’n verbindingsbrug tussen de eilanden. Wat dan weer resulteert in een compleet verkeersinfarct. Vandaar dus dat veel mensen hier liever een boot- je pakken, om toch nog een beetje op tijd ergens aan te komen.

Zondagochtend staan we zelf op zo’n bootje te wachten onderaan een brug. Verbazingwekkend genoeg is onze schipper precies op tijd. Met het bootje varen we door de haven richting zee. Het valt direct op hoeveel troep er in het water ligt. Eilanden van plastic flesjes drijven voorbij. Een ‘Save the wave’-actie zou op z’n plaats zijn, maar dat is waarschijnlijk dweilen met de kraan open. Dit is namelijk de enige toe- en afvoer naar zee van een stad van 17 miljoen mensen.

Na een kwartiertje varen, en tien keer stoppen omdat er weer een plastic zak in de schroef vast- zat, varen we Tarkwa Bay binnen, de famous Nige- rian Wedge. Tarkwa Bay ligt tussen twee haven- pieren en is een strandje van ongeveer 500 meter breed. Het is speciaal aangelegd voor recreatie. Op het strand aangekomen geven de palmbomen en het witte zand even het gevoel dat je niet in een hectische stad bent, al is de zooi van aangespoelde flesjes en plastic niet te missen. Gelijk komt er iemand op me af. “Sir, you have to pay 500 Naira

for entering the beach.” Dat lijkt mij sterk, want het strand is van iedereen. “No Sir you really have to pay.” Maak eerst het strand maar eens schoon, werp ik tegen. “Everybody pays sir.” Nou, not me, want dat geld gaat alleen jouw broekzak in. Na een handgemeen waarbij hij mijn board probeert af te pakken geeft hij het op. “Next time you have to pay.” Tuurlijk, dat zien we de volgende keer wel weer. Ga eerst dat strand maar eens schoonmaken.

Het lijkt erop dat de swell toch net iets te laag is om lekker de baai binnen te rollen. Er staat net een metertje, maar wel een perfect piekje met een kleine rechtse barrel eraan. Je kan zien dat de spot veel potentie heeft. Wij leggen onze spul- len bij de lokale surf school waar we een praatje met de eigenaar maken. “Hello, my name is God- power.” Nigerianen heb de mooiste namen zoals Sunday, Friday, Lucky, Gift, Surprise, Precious en ga zo nog maar even door. Godpower kende ik nog niet. Hij blijkt de eerste Nigeriaan te zijn die begon met surfen. Jaren terug zag hij expats surfen in Tarkwa Bay, hij was er gelijk gefascineerd door. Met hulp van expats heeft hij wat boards bij elkaar kunnen sprokkelen en is hij een surfschool begonnen. Tegenwoordig kunnen Nigerianen bij hem les krijgen en ook begeleidt hij lokale jeugd. En dat doet hij goed, er liggen volop kids in het water. Met halve boards en zelfs zonder vinnen weten ze toch nog golfjes te pakken.

Godpower is ook een soort van lokale celebrity, met zijn gesurf in Lagos is hij al op de BBC Africa en CNN Africa geweest. En dus wil iedereen deze sport wel eens uitproberen. Het is mooi om te zien hoe er een surfcommunity aan het ontstaan is. Zeker voor een blanke buitenstaander (of ‘Oyibo’ genoemd door de jeugd, wat letterlijk ‘the man with a peeled off skin’ betekent) is dit goed waarneembaar. Voor een land met zoveel culturele problemen en chaos is de sfeer in het water en op het strand erg relaxt. Ik voel me gelijk geaccepteerd. De locals zijn vriendelijk, bijna onderdanig, en zijn niet om een gesprekje verlegen. Sommigen willen zelfs graag mijn board dragen, maar dat gaat mij te ver. Het koloniale tijdperk is wel voorbij.

Als ik hier over tien jaar terug zou komen zijn die kids waarschijnlijk stuk voor stuk goede surfers, die lekker aan het rippen zijn. Mits ze genoeg boards en ander materiaal hebben, want dat is t het grootste probleem vertelt Godpower. Volgende keer toch maar mijn oude boardje en wat extra blokjes wax meenemen want een blokje wax uitdelen aan de surfjeugd brengt de mooiste glimlach van de wereld teweeg.

Mijn eerste surfdag in Nigeria valt qua surf een beetje tegen. De gebruikelijke expat crew is dan ook niet aanwezig. Die komen pas tevoorschijn wanneer er paarse vlekken op de swellcharts op- poppen. Twee maanden later ben ik echter weer terug in Nigeria. Ditmaal met mijn eigen board, want nu zou het seizoen van de dikke swells moe- ten beginnen. Elke ochtend tijdens een bakje kof- fie hou ik de Roaring Forties in de gaten. Yes!!! Dat ziet er goed uit, windguru geeft 18 seconden en 1,7 meter met een piek op zondagochtend: mijn vrije dag. Snel het bootje regelen!

De schipper zet me deze keer niet op het strand af, maar aan de achterkant van Tarkwa Bay. “Sorry sir, the waves are too big to drop you on the beach.” Dat klinkt als muziek in mijn oren. Hij heeft niet overdreven, op het strand aangekomen staat er een dikke twee meter. Nog wel een beetje een close outs, maar het wordt vast beter met het inkomende tij. Eén surfer ligt al buiten en is aardig aan het chargen. Ik hoor van Godpower dat dit John is, een van de expats die hem met zijn schooltje geholpen heeft. John is een Italiaan die al heel zijn leven in Nigeria woont. Zijn ouders zijn naar Lagos geëmigreerd en zijn moeder is een pizzeria begonnen. Ze hebben ook het beste huis in Tarkwa Bay, met uitzicht op de break. John is opgegroeid met deze golf en dat is te zien. Hij pakt barrel na barrel.

De golf is een kleinere en omgekeerde versie van The Wedge in Newport Beach, California. Het is even zoeken naar de juiste take off, maar na een paar goede wipe outs heb ik hem gevonden. Heerlijk hoeveel power er in deze golf zit. Al snel komen er meer expats uitgepeddeld. Ik vraag aan hen of het altijd zo rustig is. “Ten persons max in the weekends!” Ok, dat klinkt perfect. “And during the week you surf alone.” Hou op, zo’n golf en dan niemand in het water? Ik voel gelijk een ‘griepje’ aankomen, als dat maar geen Ebola is.

Meer lezen? 

Dit artikel is afkomstig uit 6|SURF ,……. Deze kun je nabestellen in de webshop. Maar natuurlijk kun je het best abonnee worden, zodat je geen reisverslag meer hoeft te missen. Digitale uitgaven zijn ook altijd verkrijgbaar in onze Soul Kiosk App.