Quint le Duc (32) behoort tot de eerste lichting surfers van Domburg. vanwege zijn studie en promotie onderzoek in de celbiologie is hij de laatste jaren ook veel bij de Noord Pier in Wijk aan Zee te vinden. Tegenwoordig is het wel even anders dan toen hij zeventien jaar geleden begon met surfen. “we moesten vroeger zes kilometer fietsen om bij de zee te komen, dus ook als het slecht was ging je erin. in een getijdeboekje noteerden we elk detail van de gedane sessie, waarvan het aantal de 150 per jaar gemakkelijk kon overschrijden .”

Tekst: Lonneke Metselaar
Beeld: Ruben Snitslaar

Hoe kwam je met surfen in aanraking?
“Bij Sportshop Domburg mochten we bodyboardjes lenen, al werd dat bodyboard snel ingeruild voor een surfboard. Voor die tijd was ik vooral bezig met inline skaten, maar al gauw kwam ik erachter dat surfen een stuk minder blauwe plekken en schrammen opleverde. Mijn eerste board was een shortboard, een goedkope tweedehands Victory 6’1”. Lekker aankloten in het schuim. Pas toen ik wat geld over had, kocht ik een custom board, een 8’6” Een verademing, opeens bleek dat ik kon surfen!”

En sindsdien altijd blijven longboarden?
“Ja eigenlijk wel. Vrienden proberen me wel steeds over te halen om te gaan shortboarden, omdat mijn longboardstijl wel wat weg heeft van het shortboarden. Toch zal ik mijn longboard niet snel inruilen. Toen ik tien jaar geleden naar Australië ging had ik een shortboard mee, omdat dat makkelijker reizen was, maar daar is het eigenlijk wel bij gebleven. Ooit zal ik het toch echt een keer een kans geven, denk ik… Nederland heeft over het algemeen slappe golven, dus heb ik veel meer lol op een longboard. Ik ben relatief lang, dus meer drijfvermogen kan ik wel gebruiken. Als je dan eenmaal die richting op bent gegaan, is het moeilijk weer terug te gaan naar iets kleiners. Ik ben graag de underdog en misschien is dat ook wel een reden dat ik bij longboarden ben gebleven. Het is voor mij een uitdaging juist radicaal te surfen op een plank die daar minder voor bedoeld is.”

Dat lukt je aardig, waar haal je je inspiratie vandaan?
“Vroeger keek ik veel longboardfilms, maar dat was nog wel in de tijd van de VHS videobanden. Op een gegeven moment ben ik daarmee opgehouden, te frustrerend om naar te kijken en niet zelf in van die mooie golven te kunnen surfen. Tegenwoordig kijk ik meer naar andere mensen om me heen. Daarom is het fijn als er goede longboarders, maar zeker ook shortboarders in het water liggen. Bij een evenement zoals ‘Op de Neus’ in Scheveningen, was het bijvoorbeeld erg stimulerend om anderen goed te zien surfen. Daar kan ik veel inspiratie uit halen.”

Wat doe je naast het surfen?
“Ik sport veel; mountainbiken en zwemmen. Sinds twee jaar train ik ook voor triatlons. Surfen staat echter altijd bovenaan, daar wordt alles voor opzij gezet. Die andere sporten doe ik vooral als ik niet kan surfen.”

Wat geeft de zee jou dan meer dan het land?
“Bij het surfen is de onvoorspelbaarheid van de golven de extra factor. Het maakt het bijzonder, omdat je heel erg afhankelijk bent van wat de zee jou geeft. Als het dan goed is, voelt het des te mooier dat je het meemaakt. Mountainbiken geeft mij ook een kick als ik echt hard tussen die bomen door cross, maar het parcours is wel elke keer hetzelfde en je kunt het altijd doen. Het feit dat je minder vaak kunt surfen, maar dat het soms wel heel goed is, dat maakt het nog een stuk specialer.”

Ga je vaak naar het buitenland om te surfen?
“In het begin ging ik wel veel op vakantie naar Frankrijk, Portugal, Marokko, Canarische Eilanden. De afgelopen jaren ben ik echter erg druk geweest met mijn werk en mijn studie en kwam het er wat minder van. De sfeer in het buitenland is ook veranderd. Vroeger zei iedereen elkaar gedag en vonden ze het juist leuk dat er ook een longboard toerist in het water lag die het goed kon. Nu wordt er vaker hatelijk naar elkaar gekeken dan gegroet.”

Waar haal je in Nederland de stoke vandaan?
“De dagen dat het echt heel goed is. Als ik moet kiezen ben ik liever op een goede Nederlandse dag in Nederland met mijn vrienden aan het surfen, dan op een mooie dag in Frankrijk alleen. Een goeie golf delen met vrienden is altijd leuker dan alleen.”

De sport is erg aan het groeien, de nadelen daarvan kent iedereen. Maar wat voor positiefs kun je daar uit halen?
“Je krijgt sneller waardering van een grotere groep mensen. Vroeger moest je uitleggen wat golfsurfen was en dan zeiden mensen: ‘Dat kan helemaal niet in Nederland.’ Nu kent iedereen wel iemand die surft, men weet wat het is. Ik kom ook mensen tegen die ik niet ken en die mij wel kennen, bijvoorbeeld van foto’s. Dat is wel raar, maar het maakt het leven van een surfer in Nederland iets glamoureuzer. Ook is de beschikbaarheid van materiaal beter geworden. Je hebt veel meer keuze uit surfplanken en wetsuits. En ik word gesponsord, dat kan alleen omdat er ook andere mensen in Nederland zijn die het graag doen.”

De laatste jaren doe je minder vaak mee met wedstrijden, hoe komt dat?
“Het is nooit echt mijn lievelingsding geweest. Ik ben erg kritisch naar mezelf toe. Niet de beste kunnen zijn in een wedstrijd levert mij voornamelijk frustraties en stress op. Ik ben altijd best wel druk in mijn hoofd en surfen is voor mij de enige manier waarbij ik het helemaal uit kan zetten. Ik ga zo op in de sport, dat ik mij alleen focus op de golven. Zelfs als ik wacht op een golf zie je me niet stilzitten en ga van links naar rechts op zoek naar de beste golf. Het is lekker om op die manier te kunnen ontspannen.”

Heb je nog een ultieme longboarddroom?
“Ik denk dat ik hem al heb gehad! Zes jaar geleden liep ik negen maanden stage in San Diego. De golven waren daar niet zozeer hoog, maar wel consistent en van heel goede kwaliteit. Ik voelde me daar tijdens het surfen zo relaxed en op mijn gemak. Misschien is mijn droom zo’n zelfde golf voor de deur, maar dan zonder de rest van de Amerikaanse cultuur. Daar ben ik te nuchter voor.”

Wat zijn je plannen voor het komende jaar?
“Inmiddels is mijn promotie onderzoek afgerond en ben ik gestopt met dat werk. Ik heb naast het surfen altijd een carrière nagejaagd en nu dus voor het eerst niet meer. Vergeleken met veel andere Nederlandse surfers op competitief niveau is dat wel een uitzondering. Deze winter heb ik eindelijk ook de mogelijkheid om te ontsnappen aan de kou. Ik moet alleen eerst mijn proefschrift afschrijven, daarna mag ik van mezelf als beloning een paar maanden weg. Misschien naar Zuid-Amerika.”