Alentejo. Gaat er een belletje rinkelen als je die naam leest? Nee, bij ons ook niet toen we hoorden dat de eerstvolgende surftrip van SurfBenelux hier naar toe zou gaan. Roy van Eijk, die meegaat als coach en surfer, had er ook nog nooit van gehoord. Ook Dominga Valdes, Kaspar Hamminga en Pepijn Tigges die mee mogen kennen dit gebied van Portugal nog niet. De Algarve, jawel; Peniche en Supertubos, uiteraard; maar Alentejo? Toch komen er na wat onderzoek op het web onwaarschijnlijk mooie surffilmpjes en foto’s van dit gebied boven water. Een pareltje. Een onontdekte schat. Lange blauwgroene lijnen waar surfers drie of meer prettige carves tegenaan gooien. De grijnzen op de gezichten van de SurfBeneluxriders is er niet meer van af te vegen. “Wanneer gaan we?!”


Tekst & beeld: Josephine Leertouwer


We vliegen met TAP Portugal, in lokale stijl, naar Lissabon. Daar, in de donkere parkeergarage van de luchthaven, met een pastel de nata in de ene hand en provisorische dakdragers in de andere, gooien we de boards op het dak van de huurauto en rijden we de Portugese zon in. En wat is er heerlijker dan naar het zuiden rijden, dat geeft je toch vanzelf een vakantiegevoel? Om in Alentejo te komen moet je de grote rivier de Taag oversteken. Alentejo, van além + Tejo, betekent dan ook letterlijk ‘voorbij de Taag’, oftewel ‘aan de overkant van de Taag’. Een gebied dat door de inwoners van Lissabon is vernoemd naar de langste rivier van het Iberisch schiereiland, een rivier bezongen in vele Portugese verhalen en fado-liederen, een rivier die toen -net als nu- dient als natuurlijke grens tussen Portugal en Spanje. Het oversteken van een rivier is meer dan dat het lijkt. Het symboliseert niet alleen het overschrijden van een soort grens, maar ook een transformatie. Je stapt immers nooit twee keer in dezelfde rivier, zoals Plato ook al zei. Als je een rivier oversteekt laat je het bekende van de ene oever achter je om op de andere oever nieuwe ervaringen op te doen en avonturen te beleven. Deze ontdekkingsreizigers- spirit maakte zich ook van ons eigen toen we de Taag overstaken en Alentejo binnenreden. Dit was voor ons terra nova, een nieuw land. Een onontdekt land, dat ons ook nieuwe kanten van onszelf zou laten zien. Want is de uiterlijke wereld niet simpelweg een reflectie van de innerlijke wereld? Misschien is het dan ook geen toeval dat dit gebied een van ’s werelds grootste ontdekkingsreizigers, Vasco da Gama, heeft voortgebracht. Hij keek vanuit zijn geboorteplaats Sines uit over de Atlantische Oceaan en zag de afstand tussen hem en de horizon. De verte. Hij had geen heimwee, maar juist het tegenovergestelde. Het Nederlands heeft hier geen woord voor, maar onze buren noemen het fernweh, ofwel, een verlangen naar de verte.



Omdat de meest mensen direct doorsjezen naar de Algarve beseffen ze vaak niet dat er een volledig onontdekte kustlijn zich uitstrekt tussen Lissabon en Sagres. Met juist dit gebied als ons reisdoel, beseften wij ons dit maar al te goed. Een kust met honderden potentiële baaitjes, strandjes, points en reefs. Een kust die net zo exposed ligt als de kust van Oeste, met spots zoals Supertubos en Nazaré. En omdat Alentejo in tegenstelling tot Oeste, een van de meest dunbevolkte gebieden van Portugal is, is het hier leeg. Helemaal leeg. In het water, op de weg, in de cafe’s. De mensen die je hier tegenkomt zijn of zigeuners met paard en wagen of stokoud met pet en rollator. Maar karren en rollators zijn niet het enige wat er hier rolt, wat er binnen komt rollen aan golven is sexy, jong en mals. Het landschap is ongelofelijk groen als wij er zijn en de sinaasappelbomen staan in volle bloei. We rijden langs wijngaarden met rijen op rijen oude druivenranken, knoestige kurkboomplantages en wuivende graanvelden. Alentejo produceert lekkere wijnen en staat ook wel bekend als de broodmand van Portugal. Die avond, in hotel La Serenada, ervaren we dat Alentejo inderdaad rijk is aan gastvrije mensen en heerlijk streekproducten. We leren onder het genot van een glaasje huisgemaakte biologische wijn, geserveerd bij een traditioneel bereide Pata Negra (‘black pork’), dat je Alentejo natuurlijk niet op z’n Westlands uitspreekt als Âh len tei gau, maar met zwoel en zwierig Portugees accent, zodat het rijmt op ‘hatsjoe’. Ook surfspots als Sines, Milfontes en Odeceixe bekijken we in een nieuw licht nadat we deze van de Portugese tong af hebben horen glijden.

Het is nog donker als we de volgende ochtend naar een van de spots rijden die Roy heeft uitgezocht. Met het eerste licht liggen we in het water. Alleen met elkaar. Een dikke slab vlakbij Sines die eerst vooral naar links goed loopt maar daarna ook langer doorloopt naar rechts. Na een lekkere sessie scoren we een Portugees ontbijtje weggespoeld met een shot sterke zwarte café en rijden we terug naar ons hotel om uit te checken. Helaas konden we in dit paradijsje maar één nacht doorbrengen. Onze volgende verblijfplaats, Zmar Eco Campo, is minder luxe, maar is qua locatie een goede centrale uitvalsbasis, dichtbij veel spots ten noorden en ten zuiden ervan. Het park heeft ook biologische ezels, ooievaars, papegaaien en, last but not least, een spa. De riders maken hier de rest van de week uiteraard dankbaar gebruik van na iedere sessie. We rijden veel. We willen iedere spot met het getij van dat dagdeel bekijken en zien wat een bepaalde swellrichting doet.



We ontdekken veel. We hebben geen 4×4, maar crossen toch door duingebieden en stoffige zandpaadjes om te zien wat er zich achter de volgende heuvel bevindt. We surfen veel. De verscheidenheid aan exposure en bodems (rotsen en zandbanken) zorgt dat iedereen zowel ’s ochtends, ’s middags als ’s avonds aan z’n trekken komt. We lachen veel. De Portugese tongval infecteert ons taalgebruik en Pepijn verwerft zijn vrij briljante nieuwe bijnaam: Pepzhine Tiegezh. Je ziet in alles dat de natuur hier het ritme van het dagelijks leven aangeeft. Alentejo is een streek waar de traditionele manier van leven van het land nog niet vergeten is. Waar het verleden parallel met het heden leeft in de geest van de mensen. Waar alles een juiste tijd en een juiste plaats heeft. En wat is surfen meer dan een ontdekkingsreis waarbij je altijd probeert om op de juiste plaats op de juiste tijd te zijn? We merken dat je volgens het ritme van dit relatief grote gebied inderdaad de tijd moet hebben om het te ontdekken; om te rijden en te zoeken naar spots. Surfen is hier een opkomende sport, maar er is nog veel onontdekt. Duidelijk voordeel daarvan zijn de lege line-ups. Duidelijk nadeel zijn de lange uren in de auto op zoek naar de juiste spot. Er zijn op de bekendere spots wel een aantal surfscholen die lessen aanbieden in het hoogseizoen. Het is zeker ook een goed gebied om je surftechniek verder te ontwikkelen als beginnend/intermediate surfer. Pepzhine zegt op de weg terug naar Lissabon dat hij zeker terug zal gaan, maar dan langer om nog meer te kunnen ontdekken.

De rest knikt instemmend. We steken de Taag opnieuw over. Toch lijkt het niet dezelfde rivier. En als we even stil staan bij onszelf, zijn we niet dezelfde persoon die hier aankwam. Maar de ontdekkingsreiziger, altijd op zoek naar het perfecte samenspel tussen tijd en plaats, leeft voort.


Dit artikel komt 6|surf magazine #2 2015. Het volledige magazine kan je hier bestellen. Word voor het gemak abonnee, zodat je alle uitgaves van 6|Surf als eerste thuis bezorgd krijgt.