Nieuws

Door het oog van de naald

Op 28 maart 2005 werd Nias, een paradijselijke surfbestemming voor de kust van Sumatra, getroffen door een zware aardbeving. Het was een naschok van de tsunami van tweede kerstdag 2004. De 25-jarige ONeill teamrider Alissa Martens uit Den Haag was op dat moment op Nias aanwezig en schreef een gedetailleerd verslag over haar ervaringen tijdens deze verschrikkelijke gebeurtenis. Woord & Beeld: Alissa Martens Actie: Dave Collyer, sickshots.com

 

  

 

Eind maart waren mijn vriend Jamie en ik al twee maanden in Sumatra. We verheugden ons op nog vier maanden reizen en surfen in Indonesië. Op 28 maart verlieten we Lagundri Bay in Nias om op Bawa, een klein eilandje ten westen van Nias, te gaan surfen. We hadden al een maand op Bawa doorgebracht, maar moesten naar Nias terugkeren om geld en spullen te halen. Om naar Bawa te komen reisden we eerst per auto naar een dorpje – Gunung Sitoli genaamd- dat in het midden van de oostkust van Nias ligt. Daarna zouden we westwaarts reizen en de ferry naar Bawa nemen. Omdat het te ver reizen is in een dag besloten we een nacht in Gunung Sitoli door te brengen. ’s Ochtends vroeg zouden we dan de ferry nemen. Na een zes uur durende autorit kwamen we eindelijk in Gunung Sitoli aan. We kochten wat spulletjes, gingen naar het hotel en vielen uitgeput in bed.

Vast in het puin Het was rond elf uur ‘s avonds, we waren net half in slaap, toen opeens het bed begon te schudden. Jamie sprong op en rende nieuwsgierig naar de voordeur om te kijken wat er buiten gebeurde. Ik ging rechtop zitten en keek verbaasd om me heen. Eerst was het wel grappig. Toen Jamie echter begon te wankelen en de ventilator met een knal op de grond viel begreep ik dat er iets ernstigs aan de hand was. Ik probeerde meteen uit bed te klimmen, maar naar voren leunend voelde ik een harde klap op mijn rug. De muur was op me neer gestort. Ik zat vast onder een groot blok steen en kon me niet bewegen. In eerste instantie raakte ik in paniek en begon hard te schreeuwen. Na een paar seconden was ik in staat om rustig te worden. Ik had veel pijn, maar realiseerde me dat ik kon ademen en mijn hand en hoofd vrij kon bewegen. Het stuk steen was echter zo zwaar dat langzaam alle lucht uit me werd geperst waardoor het ademen steeds moeilijker werd. Zelf de steen in beweging brengen was onmogelijk.

 

      

Ik had snel hulp nodig en begon om Jamie te roepen, hij was door de schok buiten de kamer geduwd en kon de deur niet meer open krijgen. Hij liep buitenom en klom de kamer in. Hij begon mij te roepen en ik begreep dat hij niet wist waar ik was, het licht was uitgevallen. Het was pikkedonker. Door mijn arm onder de steen uit te steken was het mogelijk mijn locatie aan te geven. Toen Jamie zag onder welk stuk steen ik lag kon hij deze een beetje optillen. Hij stond voor me, dus hierdoor werd mijn bovenlichaam bevrijd en kon ik weer vrij ademen. Het stuk steunde wel nog steeds op mijn onderrug waardoor mijn benen pijnlijk in de betonbrokken die voor me lagen werden gedrukt. Jamie had moeite het cement omhoog te houden, het was veel te zwaar, hij had geen grip en kon mijn rug niet als wig gebruiken. Ik was doodsbang dat hij het zou laten vallen. Ondertussen probeerde twee Indonesiërs van het hotel de kamer in te komen. We zagen vaag de zaklampen door de ramen schijnen, of wat nog van de ramen over was. De voordeur was dichtgeslagen en de muur aan de voorkant stond er nog dus ze konden niet naar binnen. We schreeuwden dat ze om moesten lopen en gelukkig vonden ze snel de half ingestorte muur waar ze overheen konden klimmen. Met vereende krachten tilden ze met zijn drieën het stuk van mijn rug en werd ik het gebouw uitgesleept. We moesten onder een half ingestort plafond door, ik weet nog dat dat erg griezelig was. Ik was in staat te lopen, maar stortte neer in de voortuin. Hevige pijnscheuten gingen door mijn lichaam.

 
Angst regeert Ik had nauwelijks tijd om te bevatten wat er gebeurd was toen er een auto langs kwam scheuren en toevallig naast ons op het grasveld stopte. Alles ging hierna heel snel. Een Indonesiër vertelde me dat de mensen in de auto naar het ziekenhuis zouden gaan. We konden met hen meerijden, maar moesten haast maken. Hij gaf me snel een sarong om te dragen en we propten ons met zijn tweeën op de voorbank van de volgepakte auto. De rit maakte duidelijk hoe groot de schade was. Er was overal chaos. De meeste gebouwen waren ingestort. Er liepen gewonde, bloedende mensen over de weg. Electriciteitspalen hingen over de straat en veroorzaakten branden. Zelfs grote delen van de weg lagen aan stukken. Na een vreselijke rit langs het puin, gewonde mensen, branden en tussen electriciteitsdraden door realiseerde de chauffeur dat de weg naar het ziekenhuis niet toegankelijk was. Hij was volledig in paniek en bleef maar door rijden. Ik had geen idee wat er gaande was. Na een tijdje stopte de chauffeur en vertelde ons dat hij bang was voor een tsunami en de heuvels in wilde rijden, waar het water
ons niet zou kunnen bereiken.

Het was midden in de nacht, de auto was ergens op een heuvel gestopt. De hel was niet voorbij door de vele naschokken. Ik probeerde in de auto te gaan liggen om mijn rug te ontlasten maar steeds wanneer er een naschok was werd ik door de chauffeur pijnlijk rechtop getrokken en begon hij weer hoger de heuvel op te rijden. Wij waren niet de enigen, volledige families in auto’s en op brommers manoevreerden na elke naschok via de smalle weggetjes hoger de heuvel op. Er was een gedrang en getoeter van jewelste. Na een aantal van dat soort ‘paniekaanvallen’ bereikten we het hoogste punt van de heuvel, waarna we niet verder konden. Dichtbij stond een intact huis met een parkeerplaats. Veel Indonesiërs hadden zich daar verzameld en zaten op de parkeerplaats. Ik strompelde ernaartoe en ging op het cement liggen. Al was dit erg oncomfortabel, ik was blij dat ik niet meer hoefde te bewegen. Eindelijk hadden we tijd om een beetje bij te komen. We waren in shock, hadden geen geld, geen schoenen, niets. Alleen een T-shirt, een sarong en shorts. Mensen waren aan het jammeren en babies aan het huilen. We werden een beetje vreemd aangekeken, we waren de enige toeristen daar. Iemand gaf me een kussentje en wat biscuitjes. Ze vertelden ons dat er geen tsunami zou komen maar dat we moesten wachten op het daglicht en daarboven op de heuvel veilig voor de naschokken zouden zijn. We moesten er blijven, er zat niets anders op.

Een lange nacht We probeerden een oogje te houden op de auto die ons gebracht had maar de chauffeur leek blij te zijn dat hij van ons af was. De lokale bevolking was behulpzaam, maar hadden hun eigen sores. Die nacht was vreselijk, het ging regenen en ik moest opstaan om onder de luifel van het huis te schuilen. Dan kwam er weer een naschok en rende iedereen in paniek weer onder de luifel vandaan. Opstaan en gaan liggen was zonder hulp niet mogelijk, elke beweging die ik gedwongen was te maken deed verschrikkelijke pijn. De grond was koud, nat en hard. Ik wist dat er iets goed mis was in mijn rug, maar was opgelucht dat ik in al mijn ledematen nog gevoel had. Op een gegeven moment wilde en kon ik me niet meer bewegen, dus lag ik op het cement in de regen totdat iemand Jamie een parapluutje gaf, dat hij boven mijn hoofd hield. Zo zaten we daar te wachten op het morgenlicht. Toen de ochtend aanbrak besloten we meteen te vertrekken. We wilden terug naar het hotel, in de hoop dat er nog iets over was van onze spullen. Ik was nauwelijks mobiel, we wisten dat het erg ver was en hadden geen idee hoe we er moesten komen. Mensen verzamelden de weinige eigendommen die ze in de paniek nog van huis mee hadden kunnen nemen en maakten aanstalten om weg te gaan. We vroegen rond of iemand ons met een auto mee kon nemen maar iedereen was druk met zijn eigen problemen. Ten einde raad begonnen we maar te lopen. Het regende zachtjes, we hadden geen idee waar we waren en ik kwam maar zeer langzaam vooruit. Iedereen was in beweging, maar alle auto’s zaten vol. Twee jongens op brommers stopten en vroegen wat er aan de hand was. We waren ten einde raad en vroegen hen om ons naar ons hotel te brengen. Ze waren bang om ons mee te nemen omdat ik in zo’n slechte toestand verkeerde, maar we hielden vol en uiteindelijk gaven ze toe. Ieder klommen we achterop een brommer. Toen ze begonnen te rijden kregen we een blik op de schade bij daglicht. Het dorp was verwoest. Huizen en moskeëen waren volledig ingestort en mensen waren tussen het puin aan het zoeken naar vermiste familieleden. Ik kan me verder niet veel van deze rit herinneren. Ik weet nog wel dat ik erg bang was dat we een ongeluk zouden krijgen. Ik had nog steeds geen pijnstillers gekregen en voelde me zeer kwetsbaar. De brommerrijder reed erg hard en er was totale chaos op de weg. Elk bobbeltje in het wegdek voelde als een hamerslag op mijn rug. De plek des onheils Toen we na een lange rit eindelijk het hotel bereikten was Jamie gedwongen om het ingestorte gebouw in te gaan. Hij wilde geld vinden om de jongens die ons hadden gebracht te betalen. Ik was doodsbang dat het gebouw zou instorten, we voelden nog steeds naschokken. Gelukkig kwam Jamie ongeschonden naar buiten. Tot onze verbazing had hij wat geld en medische artikelen kunnen vinden. De jongens die ons hadden gebracht waren al vertrokken. Zij wilden geen geld. Een van hen had Jamie eerder verteld dat zijn moeder was omgekomen die nacht.

Toen we het hotel bij daglicht bekeken werd het duidelijk wat er die nacht gebeurd was. Onze kamer was op de onderste verdieping meteen naast de lobby. Bovenop de lobby was een tweede verdieping gebouwd, deze was er later bijgebouwd en werd door een aantal pilaren ondersteund. De pilaren waren ingestort, de tweede verdieping was in zijn geheel naar beneden gekomen. Gelukkig was er op dat moment niemand in de lobby aanwezig. Vreemd genoeg was deze tweede verdieping geheel intact, het zag eruit alsof het de eerste verdieping had moeten zijn. Omdat onze kamer meteen aan de lobby grensde waren, toen deze instortte, twee van onze muren naar beneden getrokken. Dit waren de zijmuur en de achterste muur, waartegen ons bed stond. Ik had een groot gedeelte van de achterste muur op mijn rug gekregen, een stuk van zo’n twee en een half bij twee meter. Toen Jamie de kamer die volgende dag bekeek kwam hij trillend naar buiten. De ruimte was totaal verwoest, er lagen grote stukken cement op de grond en er lag overal glas. Als je de chaos in de kamer ziet is het een wonder dat we er beiden levend uit zijn gekomen. Jamie heeft erg geluk gehad dat hij door de klap naar buiten is geduwd. Als hij iets meer binnen had gestaan had hij een betonblok op zijn hoofd gekregen. Op de plek waar hij buiten stond scheelde het weinig of zijn been was gespiesd door grote spijkers die uit het naar beneden gevallen plafond staken. Was dit gebeurd dan had hij mij niet tijdig onder de muur vandaan kunnen halen. Mijn geluk is nog meer op de proef gesteld. Als ik in een iets andere houding had gelegen was het ook slecht met me afgelopen. Zelfs de situatie waarin ik verkeerde leek achteraf, technisch gezien onmogelijk om te overleven.

Eindeloze nachtmerrie Het is moeilijk om het scenario van dinsdag 29 maart te beschrijven. De eigenaars van het hotel, een aantal familieleden, Jamie en ik hadden zich vlak naast het hotel onder een luifel gesetteld. De Indonesiërs hadden een matrasje voor me gehaald waarop ik die dag heb doorgebracht. Nog steeds was het niet mogelijk om zelf op te staan of te gaan liggen. Ik kon mijn armen niet bewegen. Jamie moest me eten voeren en me naar het toilet dragen. Ik had ondertussen wel een aantal lichte pijnstillers gekregen, die mijn pijn iets verlichtten. De warme zoete thee die Indonesiers me gaven was het lekkerste drankje wat ik ooit geproeft heb. Al was de aardbeving voorbij, de situatie was nog steeds vreselijk. Een auto-ongeluk is afgelopen zodra men de auto uit is. Dit was anders door de naschokken. Deze nachtmerrie leek niet ten einde. Het is nergens veilig wanneer de hele aarde beweegt. Lichte regen dwong mij om onder een luifel te liggen, wat mij zeer beangstigde. Ik was constant bang dat het in zou storten. Ook de vrees voor langetermijn- beschadiging van mijn rug leverde erg veel stress op. Ik was doodsbang dat ik nooit meer zou kunnen surfen.

 

Steeds meer Indonesiërs kwamen naar onze plek naast het hotel. Velen waren er erg slecht aan toe. We hoorden dat er totaal geen medische zorg was, het ziekenhuis was ingestort en de dokters gevlucht. Omdat we surfen, reizen zowel Jamie als ik met uitgebreide medische voorzieningen. Jamie begon verwondingen van gewonden schoon te maken. We hadden beide niet geslapen, maar voelden de adrenaline door ons lichaam razen. Jamie was aan het rondrennen, wonden aan het verbinden en sneeën aan het hechten. Hij had zelf vrijwel geen ervaring, maar wist door jarenlange ervaring met surfverwondingen genoeg. Steeds vertelde hij weer aan de patiënten dat hij geen dokter was, maar iets is beter dan niets. Ondertussen moest hij ook mij bijstaan, terwijl ik hem, liggend op mijn matrasje, van doktersadvies voorzag. De laatste persoon die die dag kwam was er het slechtst aan toe. Hij had grote snijwonden aan zijn hoofd en zijn oor hing er half af. Jamie maakte zo goed als hij kon de wond schoon en vertelde hem dat hij echt een dokter moest zoeken. De man was zo laat gekomen omdat hij die hele dag had gespendeerd zijn dode vrouw en kinderen onder het puin vandaan te halen.

 

Redding komt moeizaam op gang In de namiddag begonnen er helikopters over het eiland te vliegen. De commerciële vluchten warenniet operatief. Ik moest naar een ziekenhuis, een helikopter was de enige optie om daar te komen. We wisten dat het feit dat we toeristen waren ons zou helpen. Ik voelde me wel schuldig een plaats in te nemen van iemand die misschien op sterven lag, maar ik had te veel pijn om in Nias te blijven. Iemand ging voor ons naar het helikopterveld toe om te informeren of we die dag zouden kunnen vertrekken. De reddingswerkers vertelden hem dat er alleen kritieke patiënten weg konden maar dat we de volgende dag een goede kans hadden om te vertrekken. Toen de avond kwam hadden de Indonesiërs bij wie we verbleven eten voor iedereen klaargemaakt. Ze waren erg aardig voor ons en probeerden te helpen waar ze konden. Omdat mijn verwondingen inwendig waren
begrepen ze niet dat ik veel pijn had. In Indonesië moet pijn zichtbaar zijn, anders bestaat het niet. Alle pijn heet ‘sakit’. Het maakt niet uit of het hoofdpijn is of dat je been eraf ligt. Ze wezen op mijn uitwendige verwondingen, die minimaal waren en vroegen ‘sakit?’ , ‘Tidak di sana, sakit di dalam’. ‘Niet daar, pijn van binnen’, vertelden we hen. Dit leken ze niet goed te begrijpen. Die nacht sliepen we onder de luifel, zij aan zij met de Indonesiërs. Ik heb maar een uur geslapen. Mijn matras was heel hard en veroorzaakte veel pijn. Babies huilden, mensen praatten en honden blaften. Ook waren er nog naschokken en was ik nog steeds erg bang dat de luifel in zou storten. Na uren naar het plafond gestaard te hebben kwam de morgen en besloten we naar het helikopterveld te gaan. We hadden alleen onze paspoorten en creditcards bij ons. Nadat we afscheid van de Indonesiers hadden genomen wilden we hen wat geld geven. Dit weigerden zij. Ik voelde me een beetje schuldig om al deze mensen achter te laten, maar zij leken hun gewone leven al te hebben voortgezet. Al heb ik veel verdriet gezien, het is de ‘Indonesian way’, om al grapjes makend met de problemen van het leven om te gaan. Ik heb daar erg veel respect voor. Langzaam gingen we op weg. Een pedicab kwam, een fi ets met een zijstoeltje, en nam ons mee op een hobbelige weg naar het helikopterveld. Alles om ons heen lag in puin. Het helikopterveld was erg chaotisch, overal liepen mensen, gewonde en gezonde. Helikopters vlogen af en aan. We liepen naar de dichtstbijzijnde helikopter en legden onze situatie uit. Een van de reddingswerkers vertelde ons dat we moesten wachten, maar dat we waarschijnlijk
in de namiddag konden vertrekken. We draaiden ons net om toen eenandere werker aan kwam rennen. Ze hadden een plek voor ons in een helikopter die op het punt stond om te vertrekken. Dit was een UNhelikopter naar Sibolga, een klein dorp in Sumatra. We wilden liever naar Medan of Jakarta omdat daar goede ziekenhuizen waren, maar hadden geen keus. Alles was beter dan Nias. In Sibolga kon ik misschien enige medische zorg krijgen of hadden we de mogelijkheid naar een beter ziekenhuis te reizen.

Het verkeerde ziekenhuis Na een korte maar schokkerige helikoptervlucht arriveerden we in Sibolga. Eindelijk waren we gered… dachten we. Om bij het ziekenhuis te komen moesten we een 40 minuten durende, pijnlijke rit over een slechte Sumatraanse weg in een oude pick-up truck ondernemen. Elke vorm van vervoer veroorzaakte veel pijn. Toen we bij het ziekenhuis aankwamen bleek tot onze schrik dat dit een oud lokaal boerenziekenhuis was. Er was geen goede medische zorg en er was geen röntgenapparaat aanwezig. De lokale bevolking was ergnieuwsgierig en dromde om ons heen. We gaven onze gegevens aan een jongen van wie we dachten dat hij in het ziekenhuis werkte. Hij bleek een verslaggever van een lokale krant te zijn. De dokter wilde me aan de morfi ne leggen en ter observatie houden. Ik had andere gedachtes: ik moest daar zo snel mogelijk weg. Opnieuw klommen we in een auto die ons naar een groter ziekenhuis in het dorp bracht. Dit ziekenhuis was iets beter omdat de dokter engels sprak en er een oud röntgenapparaat aanwezig was. Het was echter ook een oude bende, mensen lagen gewond op brancards en de vloer was besmeurd met bloed. De verpleger nam twee foto’s van mijn rug, vertelde me dat het er goed uitzag en gaf me wat pijnstillers. Ik wist echter dat het niet goed was, ik moest naar een echt ziekenhuis. Gelukkig hadden we het telefoonnummer van een van de UN-reddingswerkers gekregen. We belden hem en vroegen hoe we daar weg konden komen. Hij vertelde ons dat we de volgende ochtend een vlucht naar Medan of Jakarta zouden kunnen krijgen. Er zat niets anders op dan een aanvaardbaar hotel te zoeken en nog een nacht te wachten. Het hotel was erg goed voor een achtergebleven dorp als Sibolga. We hadden drie dagen niet geslapen of gedoucht, dus we maakten ons schoon en hebben een paar uur slaap weten te bemachtigen. Al had ik nog steeds veel pijn, het douchen en dat schone bed voelde als een droom. De volgende morgen stonden we vroeg op om de UN-werkers te ontmoeten. We konden met hen naar het ziekenhuis rijden. Toen pas vernamen we hoe hevig de aardbeving was. De aardbeving had 8.7 op de schaal van Richter aangegeven, dat is een hele zware. Wij waren maar 9 kilometer verwijderd van het epicentrum. Toen al waren honderden mensen omgekomen. Om er een voorstelling van te maken: Bosnië-Herzegovina werd vier jaar gebombardeerd en had 18% totale infrastructuurschade. Nias had 10 % totale infrastructuurschade en nog eens 30-40 % van de gebouwen in Nias waren half ingestort. De zwakke Indonesische bouwtechnieken hebben de schade natuurlijk zeer verergerd. Serieus letsel Toen we aankwamen op het vliegveld boekten we een stoel bij de reguliere vliegtuigmaatschappij. De top van de UN-medewerkers was bij ons dus we waren eindelijk in goede handen. Medewerkers van de Engelse ambassade kwamen met ons praten en beloofde contact op de nemen met onze ambassade. We dachten dat we eindelijk konden vertrekken toen we hoorden dat de vlucht was afgelast omdat de president van Indonesië die dag in Sumatra zou arriveren. Terwijl we wachtten totdat hij weer zou vertrekken hoorden we dat een van de UNhelikopters kapot was. De reguliere vlucht vertrok die dag helemaal niet meer en er waren geen andere vluchten beschikbaar. De Australische ambassade nam telefonisch contact op met Jamie en vertelde hem dat we met een Australische reddingshelikopter meekonden. Deze kon echter uiteindelijk niet landen omdat er een ander vliegtuig met zijn vleugel over de landingsbaan hing. Alle mogelijke vluchten werden afgelast, het zag ernaar uit dat we een nacht op het vliegveld moesten doorbrengen. Terug naar het hotel gaan was geen optie, deze was twee uur rijden van het vliegveld en ik kon lichamelijk geen autorit meer aan. Nog steeds had ik geen medische zorg gehad. Vlak na zeven uur ‘s avonds werden we benaderd door een soldaat van het Indonesische leger. Hij vertelde ons dat we met een legerhelikopter mee naar Jakarta konden vliegen. Al waren we opgelucht, we hadden nog een lange weg te gaan. Het einde was al eerder in zicht geweest dus ik geloofde niet dat de nachtmerrie nu echt voorbij zou zijn. De helikopter moest onderweg landen om bij te tanken dus het duurde 5 uur om in Jakarta te komen. Ik lag schuin op wat harde stoelen en had erg veel pijn. Het is nu moeilijk voor te stellen maar ik was zo uitgeput en had zo geleden dat het op dat moment voor mij niet meer hoefde. Ik was aan het einde van mijn krachten.

Toen de helikopter in Jakarta landde en de deur openging stond er gelukkig op de landingsbaan een ziekenwagen klaar. Dit had de Nederlandse ambassade, met wie we eerder contact hadden opgenomen geregeld. Ik werd op een brancard gelegd en we reden recht naar het ziekenhuis. De nachtmerrie was eindelijk voorbij. Het was donderdagnacht, vier nachten na de aardbeving. We reden het ziekenhuis in en ik werd meteen van pijnstillers voorzien. Uit de röntgenfoto’s bleek dat mijn rug op zeven plaatsen gebroken was. Zes wervels van mijn nek af naar beneden hadden fracturen en ik had een fractuur aan mijn schouderblad. Jamie en ik hebben ons een week in de ziekenhuiskamer opgesloten. We hoefden niemand te zien, niets te doen, hadden alleen maar rust nodig. Na een week in het ziekenhuis kreeg ik toestemming om naar Maleisië te vliegen. Daar heb ik de fysiotherapie voortgezet en een aantal weken op mijn rug op bed gelegen. Omdat ik gezond en fit was ben ik snel hersteld. Volgens mijn fysiotherapeute ben ik dankzij de sterke surfspieren in mijn rug niet verlamd geraakt. Het blijkt maar hoe belangrijk het is om gezond te zijn en te surfen. Ik realiseer me hoe bevoorrecht ik ben dat ik uit het westen kom. Zelfs met de beste verzorging duurde het nog vier volle dagen om naar een ziekenhuis te komen. Als ik een Indonesiër was geweest had ik misschien nooit medische zorg gekregen. Jamie en ik hebben het vele keren besproken: ‘Wat als we ergens anders waren geweest, een dag eerder waren vertrokken, een dag later waren vertrokken, enz.’ Dat speculeren heeft geen zin, we waren daar en hebben het overleefd. Het blijkt dat golven het beste medicijn voor mij zijn. Na de aardbeving en de herstelperiode van een maand in Maleisië heb ik twee maanden in G-land, Java doorgebracht. De dokters hadden mij verteld dat ik maandenlang niet zou kunnen surfen maar na 6 weken van herstel lag ik weer in het water en apprecieerde het meer dan ooit. Elke dag doe ik yoga en ik surf zoveel als mogelijk is. Het is fantastisch om te leven en te surfen!

 

  

 

6 surf magazine