‘Road tripping with my two favorite allies, fully loaded, we got snacks and supplies. It’s time to leave this town, it’s time to steal away..” Twee dagen voor de jaarwisseling rijdt een afgeladen camper vanuit Scheveningen een onbekend aantal kilometers tegemoet. De stereo en verwarming blazen voluit. Dag huis, tot kijk Noordzee. Gas erop! “Let’s go get lost, let’s go get lost..”

Woord:  Alexandra Gossink  Beeld: Alexandra Gossink & Geert-Jan Middelkoop



Viva España

“Als jullie toch naar het zuiden rijden, kan je dan een board voor me meebrengen?” Omdat wij de beroerdste niet zijn wordt met dit verzoek van een vriend de eerste stop bepaald: Barcelona. Opgeteld bij de reguliere quiver van een longboard, fish, 3 shortboards en hond Sunny is, met het meegebrachte board, de wagen aardig vol. Als dank vieren we oud en nieuw in Spaanse stijl. Met uitzicht op de Sagrada Família worden er daarom om middernacht 12 druiven naar binnen geschrokt en weggespoeld met champagne. Olé en burp, een goed begin is het halve werk. Eerder bezoek aan Andalusië leerde dat de Costa de la Luz weliswaar verrassende breaks maar geen consistent aantal surfdagen telt. Niet voor niets staan er tientallen windmolenparken verspreid over de groene heuvels. Je moet het treffen met wieken in rust en genoeg swell. De zon krijg je erbij, por niente. Het is begin januari en we hebben een gelukslootje getrokken: de spots rond het stadje Conil de la Frontera lopen als in het boekje. Een krachtige holle golf op het rif van Caños de Meca voor meneer, longboardparadijs onder de vuurtoren van Cabo de Trafalgar voor mevrouw. Bij hogere dagen produceert de beachbreak van El Palmar vooral close-outs, maar een surfer uit Sevilla fluistert ons een perfecte beschutte baai in. Hoewel rustig in het water is het op de parkeerplaats, ook doordeweeks, vaak een feestje. Van de 50% werklozen in Spanje weten de surfers onder hen de tijd goed te besteden. Net wanneer drie sessies per dag een gewoonte dreigt te worden zet de Levante de molens weer aan het werk. De surf is gedaan, fiësta over. Een local bevestigt: “de komende week zijn de kiters weer aan de beurt.”

Moderne nomaden

Terwijl in Holland de belofte op een Elfstedentocht het winterleven zin geeft, raken wij verder van ons doel verwijderd: reizen, werken, maar vooral heel veel surfen. In 2008 maakten we al eens een zeven maanden durende campertrip. Toen reden we op goed gevoel van spot naar spot waar je nu eens de hemel trof, maar even zo vaak het gekmakende mantra ‘you should have been here yesterday’. Nu wordt de route bepaald door de glazen bol van Internet. Als moderne nomaden bewapend met laptop, laders en extra voltage kunnen we freelance opdrachten soepel binnenhalen. Bovendien hoeven we geen swell te missen want de voorspellingen staan paraat. Een mobiel kantoor met wisselend uitzicht is anno nu, in een wereld vol zendmasten, appeltje-eitje. Toch? Helaas. Een kek Wi-Fi apparaat, ooit aangeschaft in Frankrijk, blijkt ondanks andere beloften te chauvinistisch voor buitenlandse simkaarten. Na iedere grensovergang wordt allereerst de zoektocht ingezet naar nieuwe Wi-Fiontvangers en kaarten vol MB’s. In Marokko is een nieuwe dongel, gul in gigabytes, snel gevonden. En daarmee een obsessie voor de toekomst. Ieder rustig moment –en dat zijn er veel in het camperbestaan- wordt de telefoon gepakt, de iPad of wat er maar binnen handbereik ligt. Alle weersites staan open en gewoontegetrouw wordt zelfs gecheckt wat Tobias van T voorspelt, al is het maar om uit te sluiten dat we iets missen. Maar de toekomst, in elk geval de nabije, ziet er slecht uit. Harde wind, geen surfbare golf in zicht en –hoe uitzonderlijk in Marokko – iedere dag regen. Waar je thuis heel praktisch die omstandigheden zou benutten om een tandje harder te werken zit er teveel onrust in de camperziel. Er moet gereden worden, het gras is groener na de volgende kilometers.



Le Berbère

Keuzes maken. Niet bij Casablanca de kust volgen richting Essaouira en via de surfspots Sidi Kaouki, Immesouane tot aan Taghazout rijden. Maar vanaf Marrakech een moeilijk begaanbare bergpas naar het zuiden nemen. Gewoon omdat het kan. En omdat de terugweg alsnog langs bekende en onbekende spots leidt. Naarmate het internetbereik verzwakt groeit ons plezier weer in het onderweg zijn. Als in een grofkorrelige film passeren we rauwer Marokko met bepakte ezels en zwaaiende Berberkindjes. Dorpen liggen ingenieus tegen bergwanden gebouwd en zijn nauwelijks te onderscheiden van de rotsige achtergrond. In dezew ereld is een vreemde niet iemand die je moet vrezen, maar iemand die je moet leren kennen. Er gaat geen wandeling met Sunny voorbij of we worden op de zoete thee en brood met honing uitgenodigd. Bij een lekke band schieten binnen no time mannen in stoffige djellaba’s te hulp. Het hoogtepunt van deze omweg volgt letterlijk de ochtend na een vermoeiende slingerrit die de camper maar nauwelijks trekt. We staan boven de wolken!

 

Oude gasten regeren

Bergafwaarts richting Sidi Ifni, ver in het zuiden en volledig buiten bereik van het handige Wi-Fi device. Werk vordert nauwelijks, maar de surf is live te volgen voor de camperdeur. Een handvol locals in het water en weinig surftoeristen. Wel een leger Franse pensionado’s in identieke witte plastic campers. We worden maar moeizaam vrienden. Ver weg van de campings overnachten we boven aan een klif. Zij vinden ons onaangepast. In een land waar zoetwater schaars is kunnen wij hun routine van het dagelijks wassen van hun wagen niet waarderen. Met de rust in het zoute water is het tijdelijk gedaan wanneer maar liefst zeven heren uit de Lage Landen arriveren. Surfers van het eerste uur met een gemiddelde leeftijd van bijna een halve eeuw. En gezellig dat het is. Naast een serieuze vogelspothobby draaien deze krasse knarren hun hand niet om voor scherpe cutbacks, floaters en huizenhoge bakken. Gedreven als grommets om niets te missen maar in vriendelijkheid die met de jaren komt. Aan de rand van de woestijn keren we de wagen. Sidi Ifni staat bekend als ‘de stinkbreak’, maar goed beschouwd stinken zoveel breaks langs de Marokkaanse kust. In Taghazout, het kleine vissersdorp wat uitgroeide tot het meest populaire surfstadje van het land, kan het riool het allang niet meer bolwerken. Bij Panorama’s, net ten zuiden van het dorp, maak je grote kans dwars door de slecht gevallen tajine van een Engels surf-camp uit te peddelen. Na twee maanden Marokko lonkt het frisse Europa. We vinken zoveel mogelijk spots in het noorden af, nemen afscheid van de platte broden, de souks en de zingende muezzins die over het water klinken.



Back at the office

Portugal. Vertrouwd gebied, minder rafelige randen maar daarom zeker niet vervelend. Met de aanschaf van een Portugees systeem is een kwartet aan Wi-Fi apparaten compleet en kunnen we weer aan de slag. Ik haal mooie opdrachten voor AD en Parool binnen en GJ kan lopende orders met China afhandelen. Dat betekent deadlines! En bijna serieuze stress… Het geeft rust om even geen lange afstanden te rijden. We kiezen de uiterste zuidwestpunt van Europa als basis. Het is een winter van hoge swells en harde noordenwind. Eerdere trips zaten we vooral aan de westkust, nu surfen we opvallend vaak aan de zuidkust. Alle spots tussen Sagres en Luz worden dagelijks verkend. We leren met welke wind en getij de snelle pointbreak Zavial het beste loopt en wanneer we tussen de hippies op Barranco moeten staan. Ons mobiele kantoor met wisselend uitzicht is eindelijk een feit. Koud maar helder blauw water, een bedwelmende geur van kruiden en duizend bloemen in de tuin. Dan weer rotspartijen om duizelig van te worden en een hond in topconditie van de eindeloze hikes. Er worden regelmatig bica’s met pasteis de nata gedaan. Vrienden komen over en relativeren ons geklaag over de wind, de overwinterende jongens van Noordzee Boardstore zien we dagelijks in het water. Met twee mislukte pogingen het longboard te pikken en een geslaagde inbraak in de camper wordt de keerzijde van het paradijs blootgelegd. Toenemende armoede wordt ook hier een excuus om uit stelen te gaan.



Cooling down

Iets meer op onze hoede rijden we in het voorjaar tenslotte in noordelijke richting. We treffen onbemande breaks in de Alentejo. We slapen langs de Taag en ontdekken een funkier Lissabon tijdens een graffiti-tour. Een nieuw hoofdstuk ligt langs de grillige kust van Noord-Spanje. In Galicië en Asturië kan je een studie maken van winden swellrichting en daarbij de juiste baai zoeken. Gelukkig zijn de locals gul met tips, muchos gracias. Ze hoeven niet echt te vrezen voor drukte, het spookt te vaak langs hun kusten. Ook wij treffen regen en stormen en het water is verre van opgewarmd, maar als het dan opklaart.. een glasheldere zee, verlegen dolfijnen en een decor in 50 tinten groen. Het is lastig dit alles achter ons te laten. Inslapen op het geluid van brekende golven, een warm ontbijt na een koude sessie vanachter beslagen camperruiten. De talloze ontmoetingen met lieve, bijzondere of knettergekke medenomaden. Weerzien met vrienden of surfen met z’n tweeën bij zonsondergang. De aanhoudende regen de laatste weken van mei verlicht de pijn van het afscheid. Pakken drogen niet, schoenen zijn doorweekt en de hond begint chronisch te stinken. Bij ‘E-17 Snacks’ net voorbij Gent proosten we ter afscheid met een frietje pinda: volgende winter weer?


Dit artikel is afkomstig uit 6|SURF nummer 3 van 2013, Deze kun je nabestellen in de webshop. Maar natuurlijk kun je het best abonnee worden, zodat je geen reisverslag meer hoeft te missen. Digitale uitgaven zijn ook altijd verkrijgbaar in onze Soul Kiosk App.